Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Deel deze pagina:

"Achter iedere gesloten deur schuilt een verhaal."

En dus wandel ik opnieuw door Beesel. Ik denk weer aan die woorden van Rowwen Hèze: dörp is sjtil, ’t liekt verlaote… ‘t Alleen klinken ze nu anders. Want waar eerst misschien vooral de leegte zichtbaar was, zie ik nu ook de mensen die daar verandering in brengen. De vrijwilligers die blijven geloven in de kracht van ons dorp. De inwoners die binnenlopen, aanschuiven en elkaar opzoeken. De mensen die bewijzen dat leefbaarheid niet iets is wat je overkomt, maar iets wat je samen maakt. En daarom verdient deze groep Beeselnaren alle lof. Voor hun geduld, hun inzet en hun geloof in dit prachtige concept. Voor alle uren achter de schermen, de plannen die opnieuw moesten worden gemaakt en de momenten waarop ze toch weer doorgingen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om het openhouden van een winkel of het vullen van een leegstaand pand. Het gaat om iets veel groters: om verbinding, omzien naar elkaar en het gevoel dat je ergens bij hoort. Dus laten we met z’n allen binnenlopen bij Biej Betje . Een boodschap doen, een kop koffie drinken, een praatje maken of gewoon eens kijken wat er te beleven valt. Want een ontmoetingsplek leeft pas écht als we er samen gebruik van maken. Laat dit een voorbeeld zijn voor velen. Dat denken in mogelijkheden leidt tot oplossingen en er iets moois kan ontstaan. Als je er maar in geloofd. En zo klinkt er weer geroezemoes van mensen die elkaar gevonden hebben. Dan is het niet langer: ’t Dörp is sjtil, ’t liekt verlaote… maar ’t dörp det bruist, det geit neet verlaore… En dat is Beesel op zijn mooist.

Pas als deze plekken verdwijnen waar mensen elkaar ontmoeten, dreigt ook de verbinding tussen mensen verloren te gaan. En precies daar begon het bij een kleine groep betrokken Beeselnaren te kriebelen. Zij zagen dat ons kerkdorp weliswaar groeide in inwonersaantallen, maar tegelijkertijd steeds meer voorzieningen verloor. Een bijzondere tegenstelling. Want Beesel is toch dat prachtige dorp met een gezellig dorpshart, een rijk verenigingsleven en mensen die voor elkaar klaarstaan? Hoe kan het dan dat juist de faciliteiten die dat dorpsleven ondersteunen, één voor één verdwijnen? De handen werden ineen geslagen. Wat begon als een klein initiatief groeide uit tot een stuurgroep van vrijwilligers met een grote ambitie: de leefbaarheid in de dorpskern behouden en versterken. En dat bleek bepaald geen kwestie van even de koppen bij elkaar steken en klaar. Ideeën ophalen, plannen maken, gesprekken voeren, presenteren, bijstellen en soms weer helemaal terug naar de tekentafel. Terwijl de stuurgroep achter de schermen onvermoeibaar verder werkte, verdwenen er ondertussen opnieuw voorzieningen. Iedere keer veranderde het speelveld en iedere keer moest er opnieuw worden gekeken naar wat vooral wel mogelijk was. Je zou er bijna moedeloos van worden. Maar deze Beeselnaren lieten zich niet uit het veld slaan. Ze bleven geloven in hun doel. Niet omdat ze precies wisten waar ze zouden uitkomen, maar omdat ze wisten waarvoor ze het deden: een plek creëren waar jong en oud elkaar kan ontmoeten. En toen kwam er beweging. Begin september opende ‘Biej Betje’ haar deuren, op de voormalige locatie van café de Drakenboch en later de dagwinkel. Een plek die een nieuwe bestemming kreeg en daarmee ook een nieuwe betekenis voor Beesel. Wat een droom was voor de stuurgroep, werd werkelijkheid voor het hele dorp.

Want Biej Betje is meer dan een winkel. Het is een ontmoetingsplek, gedragen door vrijwilligers en mogelijk gemaakt door de betrokkenheid van inwoners. Je kunt er terecht voor je boodschappen, een kop koffie, een spelletje of een goed gesprek. Er wordt vergaderd, er worden workshops georganiseerd en wie rond het middaguur binnenloopt, kan zo nu en dan aanschuiven voor een kop soep.

Maar misschien wel het mooiste is dat het niet alleen vóór Beesel is, maar vooral door Beesel.

Inwoners mochten meedenken, ideeën aandragen en helpen bij het bedenken van een passende naam. Tijdens de verbouwing staken mensen de handen uit de mouwen. En ook nu kunnen dorpsgenoten zich inzetten als vrijwilliger. Iedereen draagt op zijn eigen manier een steentje bij. En juist daarin schuilt de kracht van dit initiatief.

Want een leefbaar dorp maak je niet alleen met stenen, winkels of mooie plannen op papier. Een leefbaar dorp maak je met mensen. Met mensen die initiatief nemen, die naar elkaar omkijken en die bereid zijn om iets van hun eigen tijd te geven voor het grotere geheel. En kijk eens wat er dan kan ontstaan.

Een plek waar de deur op vaste, duidelijk gecommuniceerde tijden opengaat. Waar mensen elkaar weer weten te vinden. Waar een boodschapje zomaar uitloopt op een praatje en waar een kop koffie misschien wel veel meer betekent dan alleen een kop koffie.

Natuurlijk lost een ontmoetingsplek niet alle problemen op. Leegstand verdwijnt niet vanzelf en eenzaamheid is niet van de ene op de andere dag verleden tijd. Maar Biej Betje laat wel zien dat je niet machteloos hoeft toe te kijken. Dat je met creativiteit, doorzettingsvermogen en samenwerking iets kunt veranderen. Dat een gesloten deur niet per se het einde van een verhaal hoeft te zijn, maar juist het begin van iets nieuws.

Natuurlijk, tegenwoordig kun je bijna alles thuis laten bezorgen. De boodschappen komen tot aan de voordeur en voor steeds meer zaken hoeven we ons huis niet eens meer uit. Handig? Absoluut. Maar er is één ding dat je niet zomaar kunt laten bezorgen: een praatje bij de kassa, een kop koffie met een dorpsgenoot of dat onverwachte gesprek waardoor je dag net een beetje mooier wordt.

En juist dat maakt een dorp tot een dorp.

Want achter al die voordeuren wonen mensen. Mensen die misschien niet vanzelfsprekend ergens binnenlopen, die minder bezoek krijgen dan ze zouden willen of voor wie de dagelijkse boodschappen soms het enige moment is dat ze iemand spreken. Eenzaamheid zie je niet altijd aan de buitenkant. Soms zit ze gewoon achter een keurig onderhouden voordeur, midden in een dorp dat ooit zo levendig was.

Rowwen Hèze bedoelde dit destijds niet met deze woorden. Maar het zorgt in deze wel voor herkenning. Want ook een klein kerkdorp als Beesel ontkomt niet aan leegstand. En dat roept vragen op. Wat gebeurt er met een dorp als de winkels verdwijnen, sommige horeca haar deuren sluiten en de plekken waar mensen elkaar ontmoeten steeds schaarser worden?

Betekent leegstand automatisch achteruitgang? Raakt een dorp zijn levendigheid kwijt zodra een winkelier het licht uitdoet? En wat betekent dat voor de mensen die juist die ontmoetingen zo hard nodig hebben?

Een regel uit Twieje Wurd, het liedje van Rowwen Hèze uit 1991. Meer dan dertig jaar geleden geschreven, maar toen ik een poosje geleden door het dorp Beesel wandelde, leek het alsof deze woorden nooit aan actualiteit hebben ingeboet. Gesloten deuren, lege etalages en panden waarachter ooit het dorpsleven zich afspeelde. Achter iedere gesloten deur schuilt een verhaal. Een rijke geschiedenis, mooie herinneringen en in sommige gevallen misschien wel de stille hoop dat het ooit weer gaat bruisen.

COLUMN
‘t Dörp is sjtil,’t liekt verlaote…
Door Mark Selen

En dus wandel ik opnieuw door Beesel. Ik denk weer aan die woorden van Rowwen Hèze: dörp is sjtil, ’t liekt verlaote… ‘t Alleen klinken ze nu anders. Want waar eerst misschien vooral de leegte zichtbaar was, zie ik nu ook de mensen die daar verandering in brengen. De vrijwilligers die blijven geloven in de kracht van ons dorp. De inwoners die binnenlopen, aanschuiven en elkaar opzoeken. De mensen die bewijzen dat leefbaarheid niet iets is wat je overkomt, maar iets wat je samen maakt. En daarom verdient deze groep Beeselnaren alle lof. Voor hun geduld, hun inzet en hun geloof in dit prachtige concept. Voor alle uren achter de schermen, de plannen die opnieuw moesten worden gemaakt en de momenten waarop ze toch weer doorgingen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om het openhouden van een winkel of het vullen van een leegstaand pand. Het gaat om iets veel groters: om verbinding, omzien naar elkaar en het gevoel dat je ergens bij hoort. Dus laten we met z’n allen binnenlopen bij Biej Betje . Een boodschap doen, een kop koffie drinken, een praatje maken of gewoon eens kijken wat er te beleven valt. Want een ontmoetingsplek leeft pas écht als we er samen gebruik van maken. Laat dit een voorbeeld zijn voor velen. Dat denken in mogelijkheden leidt tot oplossingen en er iets moois kan ontstaan. Als je er maar in geloofd. En zo klinkt er weer geroezemoes van mensen die elkaar gevonden hebben. Dan is het niet langer: ’t Dörp is sjtil, ’t liekt verlaote… maar ’t dörp det bruist, det geit neet verlaore… En dat is Beesel op zijn mooist.

Pas als deze plekken verdwijnen waar mensen elkaar ontmoeten, dreigt ook de verbinding tussen mensen verloren te gaan. En precies daar begon het bij een kleine groep betrokken Beeselnaren te kriebelen. Zij zagen dat ons kerkdorp weliswaar groeide in inwonersaantallen, maar tegelijkertijd steeds meer voorzieningen verloor. Een bijzondere tegenstelling. Want Beesel is toch dat prachtige dorp met een gezellig dorpshart, een rijk verenigingsleven en mensen die voor elkaar klaarstaan? Hoe kan het dan dat juist de faciliteiten die dat dorpsleven ondersteunen, één voor één verdwijnen? De handen werden ineen geslagen. Wat begon als een klein initiatief groeide uit tot een stuurgroep van vrijwilligers met een grote ambitie: de leefbaarheid in de dorpskern behouden en versterken. En dat bleek bepaald geen kwestie van even de koppen bij elkaar steken en klaar. Ideeën ophalen, plannen maken, gesprekken voeren, presenteren, bijstellen en soms weer helemaal terug naar de tekentafel. Terwijl de stuurgroep achter de schermen onvermoeibaar verder werkte, verdwenen er ondertussen opnieuw voorzieningen. Iedere keer veranderde het speelveld en iedere keer moest er opnieuw worden gekeken naar wat vooral wel mogelijk was. Je zou er bijna moedeloos van worden. Maar deze Beeselnaren lieten zich niet uit het veld slaan. Ze bleven geloven in hun doel. Niet omdat ze precies wisten waar ze zouden uitkomen, maar omdat ze wisten waarvoor ze het deden: een plek creëren waar jong en oud elkaar kan ontmoeten. En toen kwam er beweging. Begin september opende ‘Biej Betje’ haar deuren, op de voormalige locatie van café de Drakenboch en later de dagwinkel. Een plek die een nieuwe bestemming kreeg en daarmee ook een nieuwe betekenis voor Beesel. Wat een droom was voor de stuurgroep, werd werkelijkheid voor het hele dorp.

Want Biej Betje is meer dan een winkel. Het is een ontmoetingsplek, gedragen door vrijwilligers en mogelijk gemaakt door de betrokkenheid van inwoners. Je kunt er terecht voor je boodschappen, een kop koffie, een spelletje of een goed gesprek. Er wordt vergaderd, er worden workshops georganiseerd en wie rond het middaguur binnenloopt, kan zo nu en dan aanschuiven voor een kop soep.

Maar misschien wel het mooiste is dat het niet alleen vóór Beesel is, maar vooral door Beesel.

Inwoners mochten meedenken, ideeën aandragen en helpen bij het bedenken van een passende naam. Tijdens de verbouwing staken mensen de handen uit de mouwen. En ook nu kunnen dorpsgenoten zich inzetten als vrijwilliger. Iedereen draagt op zijn eigen manier een steentje bij. En juist daarin schuilt de kracht van dit initiatief.

Want een leefbaar dorp maak je niet alleen met stenen, winkels of mooie plannen op papier. Een leefbaar dorp maak je met mensen. Met mensen die initiatief nemen, die naar elkaar omkijken en die bereid zijn om iets van hun eigen tijd te geven voor het grotere geheel. En kijk eens wat er dan kan ontstaan.

Een plek waar de deur op vaste, duidelijk gecommuniceerde tijden opengaat. Waar mensen elkaar weer weten te vinden. Waar een boodschapje zomaar uitloopt op een praatje en waar een kop koffie misschien wel veel meer betekent dan alleen een kop koffie.

Natuurlijk lost een ontmoetingsplek niet alle problemen op. Leegstand verdwijnt niet vanzelf en eenzaamheid is niet van de ene op de andere dag verleden tijd. Maar Biej Betje laat wel zien dat je niet machteloos hoeft toe te kijken. Dat je met creativiteit, doorzettingsvermogen en samenwerking iets kunt veranderen. Dat een gesloten deur niet per se het einde van een verhaal hoeft te zijn, maar juist het begin van iets nieuws.

Natuurlijk, tegenwoordig kun je bijna alles thuis laten bezorgen. De boodschappen komen tot aan de voordeur en voor steeds meer zaken hoeven we ons huis niet eens meer uit. Handig? Absoluut. Maar er is één ding dat je niet zomaar kunt laten bezorgen: een praatje bij de kassa, een kop koffie met een dorpsgenoot of dat onverwachte gesprek waardoor je dag net een beetje mooier wordt.

En juist dat maakt een dorp tot een dorp.

Want achter al die voordeuren wonen mensen. Mensen die misschien niet vanzelfsprekend ergens binnenlopen, die minder bezoek krijgen dan ze zouden willen of voor wie de dagelijkse boodschappen soms het enige moment is dat ze iemand spreken. Eenzaamheid zie je niet altijd aan de buitenkant. Soms zit ze gewoon achter een keurig onderhouden voordeur, midden in een dorp dat ooit zo levendig was.

Rowwen Hèze bedoelde dit destijds niet met deze woorden. Maar het zorgt in deze wel voor herkenning. Want ook een klein kerkdorp als Beesel ontkomt niet aan leegstand. En dat roept vragen op. Wat gebeurt er met een dorp als de winkels verdwijnen, sommige horeca haar deuren sluiten en de plekken waar mensen elkaar ontmoeten steeds schaarser worden?

Betekent leegstand automatisch achteruitgang? Raakt een dorp zijn levendigheid kwijt zodra een winkelier het licht uitdoet? En wat betekent dat voor de mensen die juist die ontmoetingen zo hard nodig hebben?

Deel deze pagina:

"Achter iedere gesloten deur schuilt een verhaal."

Een regel uit Twieje Wurd, het liedje van Rowwen Hèze uit 1991. Meer dan dertig jaar geleden geschreven, maar toen ik een poosje geleden door het dorp Beesel wandelde, leek het alsof deze woorden nooit aan actualiteit hebben ingeboet. Gesloten deuren, lege etalages en panden waarachter ooit het dorpsleven zich afspeelde. Achter iedere gesloten deur schuilt een verhaal. Een rijke geschiedenis, mooie herinneringen en in sommige gevallen misschien wel de stille hoop dat het ooit weer gaat bruisen.

Door Mark Selen
‘t Dörp is sjtil,’t liekt verlaote…
COLUMN