Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

‘Kerdaats’ 

In menig Reuvers huis hangt een Ruivers Laesplengkse aan de muur. Daarop zie je een aantal typisch Reuverse woorden met een plaatje ter verduidelijking. Wat bijvoorbeeld het woord ‘aektes’ betekent, dat weet een echte Reuvernaar zo wel. Voor de ‘niet echte’ Reuvernaren (‘import’) is het woord voorzien van een plaatje van een hagedis. Het laesplengkse is dus een soort ‘Aap, noot, Mies’, al zullen de jongere lezers deze verwijzing misschien ook niet meer kennen. Hoe dan ook, één plaatje toont een jongen met, ja, met wat? Hij lijkt te knikkeren, er staat een kogelvormig voorwerp bij, een grote knikker dus. Echter het woord dat erbij staat is ‘kerdaats’. Is een kerdaats een grote knikker? Nee, dus, al zegt de Groeëte Zeumer (Beesels-Ruivers Waordebook) van wel. Het kerdaats genoemde kogelvormig voorwerp werd gebruikt bij het ‘kerdaatse’, oftewel ‘trumpen’, een buitenspel dat voor de oorlog en vlak erna gespeeld werd.

Beschrijving

Het spel ging ongeveer zo: Vier tot acht jongelui leggen elk een cent op een platte steen. Zij hebben afgesproken of zij allemaal kop of munt boven leggen. Dan gaan ze ongeveer vier meter voor de steen staan, ieder gewapend met een ijzeren kogel (‘kerdaats’) van ongeveer 2,5 cm doorsnee. De bedoeling is de kerdaats op een muntje te gooien zodat dit omdraait en de andere zijde bovenkomt. Degene die dit lukt, wint het muntje. Springt het muntje van de steen af, dan is de gooier ook af (en ‘verdient’ dus niets meer). De jongste mag beginnen, en er wordt verder om de beurt gegooid.

Omdat het nogal lastig is vanaf vier meter een muntje te raken, gooien de meesten de kerdaats zodanig dat hij dichtbij de steen komt te liggen. De volgende worp wordt dan aanzienlijk gemakkelijker. Het is zelfs mogelijk, als de kerdaats tegen de steen komt te liggen, bij de volgende worp de kerdaats loodrecht of bijna loodrecht te laten vallen, met een grote kans om een muntje te treffen. 

Zelf heb ik dit spel nooit gespeeld. Toen ik jong was, na de oorlog (40-45), werd het nauwelijks meer gespeeld. Wat ik er nog van heb gezien waren de ‘kerdaatsen’ en de platgegooide centen, waarvan ik me afvroeg hoe die toch zo plat kwamen. Een kerdaats is dus afgebeeld op het Ruivers Laesplengske, maar daar wordt je verder niet wijzer van. Die had net zo goed van gebakken klei kunnen zijn, zoals zoveel ‘kölse’ (knikkers) in die tijd. Wel heb ik vaker een kerdaats in mijn handen gehad. Pas toen het kerdaatse uit de mode ging, werd de kerdaats namelijk ook wel gebruikt om te knikkeren.

De in dit artikel beschreven kennis, heb ik opgedaan door met een aantal oudere mensen te praten. Vaak kenden zij ook nog maar een deel van het verhaal en moest ik fragmentarische kennis aan elkaar plakken. Zo kwam er toch een redelijk volledig beeld tot stand, dat waarschijnlijk wel goed klopt met de werkelijkheid. Overigens, aangezien echter vrouwen langer leven dan mannen, zijn het vooral vrouwen die nog iets over trumpen weten.

Opmerkelijk is, dat het spel vooral - zoniet uitsluitend - gespeeld werd door jonge mannen. De jonge dames mochten niet meedoen, al vertelde één dame dat zij wel eens mocht invallen als er te weinig deelnemers waren. Voor de jonge dames waren er andere spellen, zoals ‘kölse’ (knikkeren), rijpe (‘hoepelen’ met een fietsrad; rijp komt van het Duitse Reife), of ‘tielepossen’ (‘bergemuuske’, diefje met verlos).  

De kerdaatse

Hoe kwamen de spelers nou aan die ijzeren kerdaatsen, met allemaal dezelfde afmetingen en gewicht? Je kon ze nergens kopen, in elk geval, niet bij een smid, niet bij een aannemer. De oplossing van het raadsel lag een stukje onder de grond! Een zegspersoon zei dat de ijzeren kogels uit de rails van de ‘tuf’ kwamen, het smalspoorwegtreintje dat vanaf de grens klei naar de kleifabrieken bracht. Mogelijk dienden de kogels om de wissels soepel te laten lopen. Het was niet alleen bekend dat daar die kogels zaten, maar ook verboden om ze eruit te halen. Daar trok de jeugd zich overigens weinig van aan.

Het gooien met ijzeren kogels was niet ongevaarlijk. Je kon er iemand een flink gat in zijn hoofd gooien. Er zijn overigens geen meldingen van persoonlijke ongelukken overgeleverd. Wel is er een verhaal van een enthousiaste jongeling die zijn eerste gooi - rechtstreeks gemikt op de steen met munten - zag verdwijnen door het raam van de buren.

Deel deze pagina:

Trumpen of kerdaatsen?

Trumpen, een Reuvers buitenspel van voor en na de oorlog

Waar en wanneer werd in Reuver getrumpt?

Dit artikel is gebaseerd op informatie van twee verschillende locaties: een in Offenbeek en de andere nog net aan de Reuverse kant van het spoor. Beide locaties hadden een ding gemeen: er woonden geen fabrieksarbeiders maar boeren resp. middenstanders. Die hadden allebei een ‘plaats’ en hoefden niet uit te wijken naar de openbare weg. Hoewel de openbare weg ook juist een ideale plek kon zijn omdat er een geschikte platte steen (kinderkop) lag.

Vermoedelijk werd het spel vooral - of uitsluitend - op de zondagmiddag gespeeld. Op die dag werd er niet gewerkt en was er vrije tijd. Dat was mede bepaald door de kerkelijke overheid, die werken op zondag niet toestond. Door de week was er geen tijd voor het spel, er was altijd wel werk te doen. De boeren hadden geen vaste werktijden en waren eigenlijk altijd aan het werk, de arbeiders moesten het huis onderhouden en het tuintje dat ze meestal bij huis hadden en waar ze vaak wat groente kweekten.

Oproep

Trumpen is een spel dat lang geleden gespeeld werd. Niet vreemd dus dat de informatie over trumpen erg beperkt is. Toch is het leuk om te proberen te begrijpen wat de jeugd in die tijd vóór en vlak na de oorlog deed om de vrije tijd door te komen. Dit artikel geeft daar een zekere kijk op. Maar er blijven nog vragen:

  • op welke plekken precies werd in Reuver getrumpt?

  • verschilden de regels van plek tot plek?

  • werd in omliggende plaatsen (Belfeld, Beesel, Swalmen) ook getrumpt?

  • waar haalde men daar de kerdaatse vandaan? Liep daar ook een tuf?

  • geven de locale woordenboeken informatie? 

  • was de platte steen altijd een straatsteen (‘kinderkopje’)?

  • mochten meisjes nooit meedoen? Welke andere spellen waren er voor hun?

Graag ontvang ik antwoorden op deze vragen, en verder elke informatie die een bredere kijk op het trumpen geeft. Als je het zelf niet weet, kun je wellicht eens vragen bij een ouder familielid, iemand die misschien vroeger nog ‘getrumpt’ heeft. Dat zal dan iemand moeten zijn van zo’n 90 jaar of ouder!

Informatie graag naar mijn e-mailadres: huijberspieter@gmail.com

Tekstbron: Pieter Huijbers

 

Waar en wanneer werd in Reuver getrumpt?

Dit artikel is gebaseerd op informatie van twee verschillende locaties: een in Offenbeek en de andere nog net aan de Reuverse kant van het spoor. Beide locaties hadden een ding gemeen: er woonden geen fabrieksarbeiders maar boeren resp. middenstanders. Die hadden allebei een ‘plaats’ en hoefden niet uit te wijken naar de openbare weg. Hoewel de openbare weg ook juist een ideale plek kon zijn omdat er een geschikte platte steen (kinderkop) lag.

Vermoedelijk werd het spel vooral - of uitsluitend - op de zondagmiddag gespeeld. Op die dag werd er niet gewerkt en was er vrije tijd. Dat was mede bepaald door de kerkelijke overheid, die werken op zondag niet toestond. Door de week was er geen tijd voor het spel, er was altijd wel werk te doen. De boeren hadden geen vaste werktijden en waren eigenlijk altijd aan het werk, de arbeiders moesten het huis onderhouden en het tuintje dat ze meestal bij huis hadden en waar ze vaak wat groente kweekten.

Oproep

Trumpen is een spel dat lang geleden gespeeld werd. Niet vreemd dus dat de informatie over trumpen erg beperkt is. Toch is het leuk om te proberen te begrijpen wat de jeugd in die tijd vóór en vlak na de oorlog deed om de vrije tijd door te komen. Dit artikel geeft daar een zekere kijk op. Maar er blijven nog vragen:

  • op welke plekken precies werd in Reuver getrumpt?

  • verschilden de regels van plek tot plek?

  • werd in omliggende plaatsen (Belfeld, Beesel, Swalmen) ook getrumpt?

  • waar haalde men daar de kerdaatse vandaan? Liep daar ook een tuf?

  • geven de locale woordenboeken informatie? 

  • was de platte steen altijd een straatsteen (‘kinderkopje’)?

  • mochten meisjes nooit meedoen? Welke andere spellen waren er voor hun?

Graag ontvang ik antwoorden op deze vragen, en verder elke informatie die een bredere kijk op het trumpen geeft. Als je het zelf niet weet, kun je wellicht eens vragen bij een ouder familielid, iemand die misschien vroeger nog ‘getrumpt’ heeft. Dat zal dan iemand moeten zijn van zo’n 90 jaar of ouder!

Informatie graag naar mijn e-mailadres: huijberspieter@gmail.com

Tekstbron: Pieter Huijbers

 

‘Kerdaats’ 

In menig Reuvers huis hangt een Ruivers Laesplengkse aan de muur. Daarop zie je een aantal typisch Reuverse woorden met een plaatje ter verduidelijking. Wat bijvoorbeeld het woord ‘aektes’ betekent, dat weet een echte Reuvernaar zo wel. Voor de ‘niet echte’ Reuvernaren (‘import’) is het woord voorzien van een plaatje van een hagedis. Het laesplengkse is dus een soort ‘Aap, noot, Mies’, al zullen de jongere lezers deze verwijzing misschien ook niet meer kennen. Hoe dan ook, één plaatje toont een jongen met, ja, met wat? Hij lijkt te knikkeren, er staat een kogelvormig voorwerp bij, een grote knikker dus. Echter het woord dat erbij staat is ‘kerdaats’. Is een kerdaats een grote knikker? Nee, dus, al zegt de Groeëte Zeumer (Beesels-Ruivers Waordebook) van wel. Het kerdaats genoemde kogelvormig voorwerp werd gebruikt bij het ‘kerdaatse’, oftewel ‘trumpen’, een buitenspel dat voor de oorlog en vlak erna gespeeld werd.

Beschrijving

Het spel ging ongeveer zo: Vier tot acht jongelui leggen elk een cent op een platte steen. Zij hebben afgesproken of zij allemaal kop of munt boven leggen. Dan gaan ze ongeveer vier meter voor de steen staan, ieder gewapend met een ijzeren kogel (‘kerdaats’) van ongeveer 2,5 cm doorsnee. De bedoeling is de kerdaats op een muntje te gooien zodat dit omdraait en de andere zijde bovenkomt. Degene die dit lukt, wint het muntje. Springt het muntje van de steen af, dan is de gooier ook af (en ‘verdient’ dus niets meer). De jongste mag beginnen, en er wordt verder om de beurt gegooid.

Omdat het nogal lastig is vanaf vier meter een muntje te raken, gooien de meesten de kerdaats zodanig dat hij dichtbij de steen komt te liggen. De volgende worp wordt dan aanzienlijk gemakkelijker. Het is zelfs mogelijk, als de kerdaats tegen de steen komt te liggen, bij de volgende worp de kerdaats loodrecht of bijna loodrecht te laten vallen, met een grote kans om een muntje te treffen. 

Zelf heb ik dit spel nooit gespeeld. Toen ik jong was, na de oorlog (40-45), werd het nauwelijks meer gespeeld. Wat ik er nog van heb gezien waren de ‘kerdaatsen’ en de platgegooide centen, waarvan ik me afvroeg hoe die toch zo plat kwamen. Een kerdaats is dus afgebeeld op het Ruivers Laesplengske, maar daar wordt je verder niet wijzer van. Die had net zo goed van gebakken klei kunnen zijn, zoals zoveel ‘kölse’ (knikkers) in die tijd. Wel heb ik vaker een kerdaats in mijn handen gehad. Pas toen het kerdaatse uit de mode ging, werd de kerdaats namelijk ook wel gebruikt om te knikkeren.

De in dit artikel beschreven kennis, heb ik opgedaan door met een aantal oudere mensen te praten. Vaak kenden zij ook nog maar een deel van het verhaal en moest ik fragmentarische kennis aan elkaar plakken. Zo kwam er toch een redelijk volledig beeld tot stand, dat waarschijnlijk wel goed klopt met de werkelijkheid. Overigens, aangezien echter vrouwen langer leven dan mannen, zijn het vooral vrouwen die nog iets over trumpen weten.

Opmerkelijk is, dat het spel vooral - zoniet uitsluitend - gespeeld werd door jonge mannen. De jonge dames mochten niet meedoen, al vertelde één dame dat zij wel eens mocht invallen als er te weinig deelnemers waren. Voor de jonge dames waren er andere spellen, zoals ‘kölse’ (knikkeren), rijpe (‘hoepelen’ met een fietsrad; rijp komt van het Duitse Reife), of ‘tielepossen’ (‘bergemuuske’, diefje met verlos).  

De kerdaatse

Hoe kwamen de spelers nou aan die ijzeren kerdaatsen, met allemaal dezelfde afmetingen en gewicht? Je kon ze nergens kopen, in elk geval, niet bij een smid, niet bij een aannemer. De oplossing van het raadsel lag een stukje onder de grond! Een zegspersoon zei dat de ijzeren kogels uit de rails van de ‘tuf’ kwamen, het smalspoorwegtreintje dat vanaf de grens klei naar de kleifabrieken bracht. Mogelijk dienden de kogels om de wissels soepel te laten lopen. Het was niet alleen bekend dat daar die kogels zaten, maar ook verboden om ze eruit te halen. Daar trok de jeugd zich overigens weinig van aan.

Het gooien met ijzeren kogels was niet ongevaarlijk. Je kon er iemand een flink gat in zijn hoofd gooien. Er zijn overigens geen meldingen van persoonlijke ongelukken overgeleverd. Wel is er een verhaal van een enthousiaste jongeling die zijn eerste gooi - rechtstreeks gemikt op de steen met munten - zag verdwijnen door het raam van de buren.

Deel deze pagina:

Trumpen of kerdaatsen?

Trumpen, een Reuvers buitenspel van voor en na de oorlog