Deel deze pagina:
Het nadeel van deze collectieve regressie: de écht belangrijke dingen komen zelden ter sprake. Dat levert bij thuiskomst steevast hetzelfde gesprek op. “En?” vraagt mijn vrouw wanneer ik na een avondje met de mannen thuiskom. “Hoe gaat het met de verbouwing van je vriend?” en “Slaapt de baby van die andere vriend al door?” Je staart haar wezenloos aan: “Niet over gehad, niet gevraagd.” Wat wij wél weten na zo'n avond is met welke opstelling Ajax het beste kan spelen, wie er een nieuwe knappe collega heeft en hoeveel pandapunten een van je vrienden inmiddels heeft verzameld. Of iemand een nieuwe baan heeft, ergens mee zit of zich zorgen maakt over zijn relatie? Geen idee. Niet gevraagd. Mannenlogica. We bespreken het leven door het vakkundig te negeren. En gek genoeg is dat precies de therapie die we op zo'n avond nodig hebben. Waar we het leven voor een avond nog prima kunnen negeren, laat ons lichaam zich inmiddels een stuk minder makkelijk voor de gek houden. Jarenlang stonden we elke zaterdag- of zondagochtend in ons oranje-wit-blauwe tenue op het voetbalveld. Maar de harde realiteit haalde ons in. Drie keer per week op een knollenveld werd te veel gevraagd voor onze agenda's. En laten we daarnaast eerlijk zijn: de knieën van de helft van de groep zijn na heel wat jaren schoffelen op amateurniveau simpelweg kapot. Dus zijn we maar met z’n allen gaan padellen. De ultieme dertigers-vluchtroute. Vrijblijvend een balletje meppen op een dag die jou het best uitkomt, zonder de verplichting om op zondagochtend naar een guur uitveld in een naburig gat te rijden. Na zestig minuten in de glazen kooi drinken we een snelle herstel-Weizen en zijn we anderhalf uur na vertrek alweer thuis. Precies op tijd om het gras te maaien, de boodschappen te doen of aan te sluiten bij een verjaardag van de schoonfamilie.
Vroeger was een sportactiviteit een dagvullend programma. Nu is het vooral zaak om een beetje fit te blijven en om op tijd terug te zijn voor de rest van je volwassen leven.
Ook op andere vlakken beginnen de jaren inmiddels hun sporen na te laten. Vroeger lachten we om het stereotype van de man boven de dertig, maar inmiddels ben ik er zelf ook volledig ingetrapt. Ik sta als een ware barista aan mijn eigen pistonmachine te draaien, zoek naar de beste koffiebonen (u weet wel: die ene uit Ethiopië met tonen van chocolade en jasmijn) en schuim mijn melk op met uiterste precisie. In het weekend steek ik, na het mountainbiken in mijn iets te strakke wielershirt, het liefst mijn Kamado aan om urenlang op laag vuur het perfecte stuk vlees te bereiden. Vijftien jaar geleden had ik daar waarschijnlijk hard om gelachen. Nu word ik er oprecht intens gelukkig van.
Misschien is dat wel wat ouder worden is. Niet dat je ineens verstandig wordt, maar dat je steeds meer dingen hebt om voor thuis te komen. Maar zolang we weer met de hele club aan die tafel zitten, de inside jokes ons om de oren vliegen en niemand zich gedraagt naar zijn leeftijd, valt de tijd volledig weg. We worden trager, gaan eerder naar huis en we plannen ons sociale leven minimaal een aantal weken vooruit. Maar we doen het niet alleen. Onze vriendenfamilie wordt ouder mét elkaar. En dát is uiteindelijk het mooiste van ouder worden. We gaan nog steeds. Samen. En zolang dat zo blijft, willen we minimaal honderd worden.
Niemand binnen onze vriendengroep weet nog precies hoe het ooit begon. Sommigen kennen elkaar al vanaf de basisschool, via de voetbalvereniging, en anderen omdat je elkaar in een dorp toch voortdurend tegenkomt. Zo'n vijftien jaar geleden waren we een hechte groep pubers met de wereld aan onze voeten. Ieder weekend waren we onafscheidelijk en sleten we het ene na het andere feestje in de regio. Inmiddels zijn we heel wat jaren verder, hechter dan ooit en zijn onze levens onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onze vriendengroep lijkt inmiddels meer op een familie dan op een verzameling vrienden.
En juist daar zit iets bijzonders. Zodra we samen aan tafel zitten, verdwijnen die vijftien jaar alsof ze nooit vat op ons hebben gekregen en gaan we terug in de primitieve modus. Een verkeerde uitspraak, een foute bijnaam of gewoon een aanleiding om elkaar weer eens compleet belachelijk te maken. We zitten elkaar de hele avond op te naaien, uit te dagen en voor schut te zetten. Voor een buitenstaander is er waarschijnlijk geen touw aan vast te knopen. Die vraagt zich na een kwartier af waarom een groepje volwassen mannen zich gedraagt als een stelletje kinderen. Wij noemen het onze vriendschap.
Vroeger was half drie het moment waarop een avond zo ongeveer zijn hoogtepunt bereikte. Tegenwoordig is half drie het moment waarop je denkt: “Verdomme, waarom ben ik in hemelsnaam nog wakker?”
We zijn de dertig gepasseerd. En ergens onderweg zijn we precies de mensen geworden van wie we vroeger dachten dat ze verschrikkelijk saai waren. Een vaste baan, een eigen huis, kinderen en een agenda die drie weken vooruitgepland staat. Alleen hebben we één geluk: we zijn er met z’n allen ingetrapt.
Je weet dat je oud begint te worden wanneer een avondje met vrienden niet meer begint met de vraag waar we heen gaan, maar met de mededeling hoe laat iedereen weer naar huis gaat. Niet omdat het saai is geworden, maar omdat er de volgende ochtend om zeven uur een kleine wakker wordt, er in de tuin moet worden gewerkt of omdat je je hebt laten strikken voor een potje padel op een absurd vroeg tijdstip.
Het nadeel van deze collectieve regressie: de écht belangrijke dingen komen zelden ter sprake. Dat levert bij thuiskomst steevast hetzelfde gesprek op. “En?” vraagt mijn vrouw wanneer ik na een avondje met de mannen thuiskom. “Hoe gaat het met de verbouwing van je vriend?” en “Slaapt de baby van die andere vriend al door?” Je staart haar wezenloos aan: “Niet over gehad, niet gevraagd.” Wat wij wél weten na zo'n avond is met welke opstelling Ajax het beste kan spelen, wie er een nieuwe knappe collega heeft en hoeveel pandapunten een van je vrienden inmiddels heeft verzameld. Of iemand een nieuwe baan heeft, ergens mee zit of zich zorgen maakt over zijn relatie? Geen idee. Niet gevraagd. Mannenlogica. We bespreken het leven door het vakkundig te negeren. En gek genoeg is dat precies de therapie die we op zo'n avond nodig hebben. Waar we het leven voor een avond nog prima kunnen negeren, laat ons lichaam zich inmiddels een stuk minder makkelijk voor de gek houden. Jarenlang stonden we elke zaterdag- of zondagochtend in ons oranje-wit-blauwe tenue op het voetbalveld. Maar de harde realiteit haalde ons in. Drie keer per week op een knollenveld werd te veel gevraagd voor onze agenda's. En laten we daarnaast eerlijk zijn: de knieën van de helft van de groep zijn na heel wat jaren schoffelen op amateurniveau simpelweg kapot. Dus zijn we maar met z’n allen gaan padellen. De ultieme dertigers-vluchtroute. Vrijblijvend een balletje meppen op een dag die jou het best uitkomt, zonder de verplichting om op zondagochtend naar een guur uitveld in een naburig gat te rijden. Na zestig minuten in de glazen kooi drinken we een snelle herstel-Weizen en zijn we anderhalf uur na vertrek alweer thuis. Precies op tijd om het gras te maaien, de boodschappen te doen of aan te sluiten bij een verjaardag van de schoonfamilie.
Misschien is dat wel wat ouder worden is. Niet dat je ineens verstandig wordt, maar dat je steeds meer dingen hebt om voor thuis te komen. Maar zolang we weer met de hele club aan die tafel zitten, de inside jokes ons om de oren vliegen en niemand zich gedraagt naar zijn leeftijd, valt de tijd volledig weg. We worden trager, gaan eerder naar huis en we plannen ons sociale leven minimaal een aantal weken vooruit. Maar we doen het niet alleen. Onze vriendenfamilie wordt ouder mét elkaar. En dát is uiteindelijk het mooiste van ouder worden. We gaan nog steeds. Samen. En zolang dat zo blijft, willen we minimaal honderd worden.
Niemand binnen onze vriendengroep weet nog precies hoe het ooit begon. Sommigen kennen elkaar al vanaf de basisschool, via de voetbalvereniging, en anderen omdat je elkaar in een dorp toch voortdurend tegenkomt. Zo'n vijftien jaar geleden waren we een hechte groep pubers met de wereld aan onze voeten. Ieder weekend waren we onafscheidelijk en sleten we het ene na het andere feestje in de regio. Inmiddels zijn we heel wat jaren verder, hechter dan ooit en zijn onze levens onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onze vriendengroep lijkt inmiddels meer op een familie dan op een verzameling vrienden.
En juist daar zit iets bijzonders. Zodra we samen aan tafel zitten, verdwijnen die vijftien jaar alsof ze nooit vat op ons hebben gekregen en gaan we terug in de primitieve modus. Een verkeerde uitspraak, een foute bijnaam of gewoon een aanleiding om elkaar weer eens compleet belachelijk te maken. We zitten elkaar de hele avond op te naaien, uit te dagen en voor schut te zetten. Voor een buitenstaander is er waarschijnlijk geen touw aan vast te knopen. Die vraagt zich na een kwartier af waarom een groepje volwassen mannen zich gedraagt als een stelletje kinderen. Wij noemen het onze vriendschap.
Vroeger was een sportactiviteit een dagvullend programma. Nu is het vooral zaak om een beetje fit te blijven en om op tijd terug te zijn voor de rest van je volwassen leven.
Ook op andere vlakken beginnen de jaren inmiddels hun sporen na te laten. Vroeger lachten we om het stereotype van de man boven de dertig, maar inmiddels ben ik er zelf ook volledig ingetrapt. Ik sta als een ware barista aan mijn eigen pistonmachine te draaien, zoek naar de beste koffiebonen (u weet wel: die ene uit Ethiopië met tonen van chocolade en jasmijn) en schuim mijn melk op met uiterste precisie. In het weekend steek ik, na het mountainbiken in mijn iets te strakke wielershirt, het liefst mijn Kamado aan om urenlang op laag vuur het perfecte stuk vlees te bereiden. Vijftien jaar geleden had ik daar waarschijnlijk hard om gelachen. Nu word ik er oprecht intens gelukkig van.
Vroeger was half drie het moment waarop een avond zo ongeveer zijn hoogtepunt bereikte. Tegenwoordig is half drie het moment waarop je denkt: “Verdomme, waarom ben ik in hemelsnaam nog wakker?”
We zijn de dertig gepasseerd. En ergens onderweg zijn we precies de mensen geworden van wie we vroeger dachten dat ze verschrikkelijk saai waren. Een vaste baan, een eigen huis, kinderen en een agenda die drie weken vooruitgepland staat. Alleen hebben we één geluk: we zijn er met z’n allen ingetrapt.
Deel deze pagina:
Je weet dat je oud begint te worden wanneer een avondje met vrienden niet meer begint met de vraag waar we heen gaan, maar met de mededeling hoe laat iedereen weer naar huis gaat. Niet omdat het saai is geworden, maar omdat er de volgende ochtend om zeven uur een kleine wakker wordt, er in de tuin moet worden gewerkt of omdat je je hebt laten strikken voor een potje padel op een absurd vroeg tijdstip.