Deel deze pagina:
Op sociale mediaplatforms zoals TikTok en Instagram vliegen de Limburgse filmpjes je om de oren. Limburgers die typisch Limburgse situaties nabootsen, bijvoorbeeld om duidelijk te maken over wie ze het hebben: ‘Doe wèts waal, Mia van John van de melkboer’. Limburgse woorden, spreekwoorden en gezegden (zoals ook de dialectrubriek hier in PUIK) die je dubbel laten klappen van het lachen. Engels- of Nederlandstalige liedjes die in een Limburgse hertaling voorbij komen. Bert en Ernie-filmpjes ‘in ut plat’. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Dorpsgenoot en influencer Vera Urru startte zelfs hoogstpersoonlijk een Limburgse revolutie om je Limburgse roots te waarderen en omarmen, met weer een nieuwe stortvloed van bovenstaande tot gevolg. Limburgers vinden er vooral grappige herkenning in, terwijl niet-Limburgers of Limburgers die het dialect niet spreken het vooral vermakelijk vinden, ondanks dat ze er nauwelijks iets van verstaan: ‘Ik versta hier niks van, maar vind het geweldig!’.
Over die laatste groep gesproken: soms kan het best een uitdaging zijn om in Limburg te wonen als je het dialect niet spreekt. Het is geen uitzondering om bijvoorbeeld in winkels of op straat in het dialect aangesproken te worden. Ook komt het geregeld voor dat je verzeild raakt in een Limburgs groepsgesprek waarbij je de enige bent die het dialect niet spreekt en alle zeilen bij moet zetten om enigszins te begrijpen waar ze het toch over hebben. Uiteindelijk pik je door veel te luisteren wel wat woorden op, maar het blijft vaak een worsteling.
Gelukkig zijn er sinds enkele jaren mooie initiatieven ontstaan waarbij je je kunt laten onderdompelen in de Limburgse taal en cultuur. Zo bestaan er cursussen Leef Limburgs die onder andere in bibliotheken of andere (openbare) instellingen worden gegeven. Naast het Limburgs leren spreken en luisteren leer je er ook meer over de rijke cultuur en historie die Limburg te bieden heeft. En vergeet de vele filmpjes zoals hierboven genoemd niet. Voor je het weet spreek je ook een Limburgs woordje mee en eet je vlaai omdat het vláái is, niet ‘gewoon een simpel stukje gebak’.
Hoewel ik deze column dan weer niet volledig in het Ruivers dialect geschreven heb (sorry!), hoop ik echt dat we onze afkomst en bijbehorende kenmerken zoals een zachte G en eigen dialect blijven omarmen, ook als je gaat studeren in of verhuizen naar een stad of dorp buiten de provincie. Vergaet noeëit wie sjoeën ós Limburg is en det moog idderein weite!
Zo bleek het nog niet zo makkelijk om tijdens vroegere zomervakanties Nederlandse vakantievrienden te maken. Vaak luister je namelijk stiekem een gesprek af om achter de nationaliteit te komen (denk aan de huidige Kruidvat-reclame). Wanneer Nederlanders dat dan bij onze familie deden, schoten ze daar echter weinig mee op. Soms hoorde je op afstand: ‘Volgens mij zijn dat Duitsers hoor.’ Ai. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik dat soort opmerkingen kon waarderen. Maar goed, me omdraaien en roepen dat we ‘gewoon Nederlanders’ waren, durfde ik dan ook weer niet.
Tijdens mijn studietijd leerde ik dus pas écht de charme van mijn roots inzien en maakte het bescheiden ongemak plaats voor trots. Ja, ik ben een Limburger en ja, dat kun je horen, maar het maakt mij niet anders dan ieder ander. Gelukkig denken een heleboel mede-Limburgers (woonachtig binnen én buiten de provincie) net zo, want het Limburgs zit behoorlijk in de lift en lijkt populairder dan ooit.
Zonder grappen en geinen, maar met oprechte interesse. Nu hielp het vast mee dat we een studie Nederlands volgden en taalvariëteiten daar aan de orde van de dag waren, maar ik wist niet wat me overkwam. Limburgs bleek ineens… hip? Niet dat ik me eerder schaamde voor mijn accent en eigen taal, maar ik voelde me toch vaak anders.
Natuurlijk hadden de meeste studiegenoten allang mijn zachte G gehoord, maar dit was een nieuwe ervaring. Ze bleken het namelijk vooral interessant en fascinerend te vinden en dat was ik niet gewend. In de weken die volgden werd ik geregeld bevraagd over mijn roots en hoe je dingen in ‘mijn Limburgs’ zegt (want ieder streekdialect is weer anders).
Trots zijn op je Limburgse roots en waar je vandaan komt: soms is daar een poosje voor nodig. Ik weet het nog goed toen ik net ging studeren in Nijmegen en tijdens de introductieweek gebeld werd door het thuisfront terwijl ik omringd werd door een groep studiegenoten uit alle hoeken van het land. ‘Gewuuën ff belle omdet ich beniejd bön wie se 't dao höbs’, vroeg mam. Tja, dat had ze toch ook even kunnen appen? Maar goed, toch begon ik maar aan mijn korte update in het dialect, terwijl ik me een beetje afwendde van de groep. Niet (snel) genoeg, want meteen draaiden alle hoofden mijn kant op en vielen monden open. Op dat moment kon ik wel door de grond zakken. ‘Huh, wat was dat voor taal?’ ‘Wow, ik verstond er echt helemaal niks van!’
Romy Eijkelenberg
Op sociale mediaplatforms zoals TikTok en Instagram vliegen de Limburgse filmpjes je om de oren. Limburgers die typisch Limburgse situaties nabootsen, bijvoorbeeld om duidelijk te maken over wie ze het hebben: ‘Doe wèts waal, Mia van John van de melkboer’. Limburgse woorden, spreekwoorden en gezegden (zoals ook de dialectrubriek hier in PUIK) die je dubbel laten klappen van het lachen. Engels- of Nederlandstalige liedjes die in een Limburgse hertaling voorbij komen. Bert en Ernie-filmpjes ‘in ut plat’. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Dorpsgenoot en influencer Vera Urru startte zelfs hoogstpersoonlijk een Limburgse revolutie om je Limburgse roots te waarderen en omarmen, met weer een nieuwe stortvloed van bovenstaande tot gevolg. Limburgers vinden er vooral grappige herkenning in, terwijl niet-Limburgers of Limburgers die het dialect niet spreken het vooral vermakelijk vinden, ondanks dat ze er nauwelijks iets van verstaan: ‘Ik versta hier niks van, maar vind het geweldig!’.
Over die laatste groep gesproken: soms kan het best een uitdaging zijn om in Limburg te wonen als je het dialect niet spreekt. Het is geen uitzondering om bijvoorbeeld in winkels of op straat in het dialect aangesproken te worden. Ook komt het geregeld voor dat je verzeild raakt in een Limburgs groepsgesprek waarbij je de enige bent die het dialect niet spreekt en alle zeilen bij moet zetten om enigszins te begrijpen waar ze het toch over hebben. Uiteindelijk pik je door veel te luisteren wel wat woorden op, maar het blijft vaak een worsteling.
Gelukkig zijn er sinds enkele jaren mooie initiatieven ontstaan waarbij je je kunt laten onderdompelen in de Limburgse taal en cultuur. Zo bestaan er cursussen Leef Limburgs die onder andere in bibliotheken of andere (openbare) instellingen worden gegeven. Naast het Limburgs leren spreken en luisteren leer je er ook meer over de rijke cultuur en historie die Limburg te bieden heeft. En vergeet de vele filmpjes zoals hierboven genoemd niet. Voor je het weet spreek je ook een Limburgs woordje mee en eet je vlaai omdat het vláái is, niet ‘gewoon een simpel stukje gebak’.
Hoewel ik deze column dan weer niet volledig in het Ruivers dialect geschreven heb (sorry!), hoop ik echt dat we onze afkomst en bijbehorende kenmerken zoals een zachte G en eigen dialect blijven omarmen, ook als je gaat studeren in of verhuizen naar een stad of dorp buiten de provincie. Vergaet noeëit wie sjoeën ós Limburg is en det moog idderein weite!
Zo bleek het nog niet zo makkelijk om tijdens vroegere zomervakanties Nederlandse vakantievrienden te maken. Vaak luister je namelijk stiekem een gesprek af om achter de nationaliteit te komen (denk aan de huidige Kruidvat-reclame). Wanneer Nederlanders dat dan bij onze familie deden, schoten ze daar echter weinig mee op. Soms hoorde je op afstand: ‘Volgens mij zijn dat Duitsers hoor.’ Ai. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik dat soort opmerkingen kon waarderen. Maar goed, me omdraaien en roepen dat we ‘gewoon Nederlanders’ waren, durfde ik dan ook weer niet.
Tijdens mijn studietijd leerde ik dus pas écht de charme van mijn roots inzien en maakte het bescheiden ongemak plaats voor trots. Ja, ik ben een Limburger en ja, dat kun je horen, maar het maakt mij niet anders dan ieder ander. Gelukkig denken een heleboel mede-Limburgers (woonachtig binnen én buiten de provincie) net zo, want het Limburgs zit behoorlijk in de lift en lijkt populairder dan ooit.
Zonder grappen en geinen, maar met oprechte interesse. Nu hielp het vast mee dat we een studie Nederlands volgden en taalvariëteiten daar aan de orde van de dag waren, maar ik wist niet wat me overkwam. Limburgs bleek ineens… hip? Niet dat ik me eerder schaamde voor mijn accent en eigen taal, maar ik voelde me toch vaak anders.
Natuurlijk hadden de meeste studiegenoten allang mijn zachte G gehoord, maar dit was een nieuwe ervaring. Ze bleken het namelijk vooral interessant en fascinerend te vinden en dat was ik niet gewend. In de weken die volgden werd ik geregeld bevraagd over mijn roots en hoe je dingen in ‘mijn Limburgs’ zegt (want ieder streekdialect is weer anders).
Deel deze pagina:
Trots zijn op je Limburgse roots en waar je vandaan komt: soms is daar een poosje voor nodig. Ik weet het nog goed toen ik net ging studeren in Nijmegen en tijdens de introductieweek gebeld werd door het thuisfront terwijl ik omringd werd door een groep studiegenoten uit alle hoeken van het land. ‘Gewuuën ff belle omdet ich beniejd bön wie se 't dao höbs’, vroeg mam. Tja, dat had ze toch ook even kunnen appen? Maar goed, toch begon ik maar aan mijn korte update in het dialect, terwijl ik me een beetje afwendde van de groep. Niet (snel) genoeg, want meteen draaiden alle hoofden mijn kant op en vielen monden open. Op dat moment kon ik wel door de grond zakken. ‘Huh, wat was dat voor taal?’ ‘Wow, ik verstond er echt helemaal niks van!’
Romy Eijkelenberg