Deel deze pagina:
Wereldburgerschap gaat niet over grote theorieën of ingewikkelde maatschappelijke discussies. Het begint klein. In de klas. Wanneer kinderen leren luisteren naar elkaar. Wanneer ze nieuwsgierig zijn naar elkaars achtergrond. Wanneer ze ontdekken dat respect, vriendelijkheid en begrip geen grenzen kennen.
Misschien is het daarom geen toeval dat mijn afscheid van het onderwijs tegelijkertijd een nieuw begin markeert.
Vanaf september ga ik aan de slag bij de stichting “Wereldburgers voor de Klas”, als projectleider en begeleider van kandidaten. Mensen uit verschillende landen die, in hun thuisland, een onderwijsbevoegdheid hebben behaald en die hun passie en ervaring willen inzetten voor het Nederlandse onderwijs.
Toen ik voor het eerst hoorde over dit initiatief, voelde het direct vertrouwd. Het sluit naadloos aan bij wat ik de afgelopen jaren dagelijks heb gezien: hoe waardevol verschillende perspectieven zijn voor kinderen, scholen en onze samenleving.
Ik kijk ernaar uit om deze kandidaten te begeleiden op hun weg naar een plek voor de klas. Want ook zij brengen verhalen mee die kinderen kunnen inspireren en hun blik op de wereld kunnen verruimen.
Natuurlijk zal ik het onderwijs missen. De levendigheid van een schoolgebouw, de spontane gesprekken met kinderen, de betrokkenheid van ouders en de samenwerking met collega's. Maar ik ben vooral dankbaar.
Dankbaar dat ik 41 jaar lang deel mocht uitmaken van een sector die iedere dag opnieuw investeert in de toekomst.
Daarom voelt mijn laatste werkdag niet als een afscheid, maar als een doorlopende lijn. Een nieuwe rol, een nieuwe uitdaging, maar nog steeds met hetzelfde doel: kinderen kansen bieden en mensen met elkaar verbinden.
Want uiteindelijk begint wereldburgerschap niet ergens ver weg.
Het begint iedere ochtend opnieuw. Gewoon in de klas.
Ik ontmoette kinderen die vaak meer hadden meegemaakt dan veel volwassenen in hun hele leven gaan doen. Kinderen die hun thuisland hadden verlaten, soms familie moesten missen en in een onbekend land opnieuw moesten beginnen. En toch kwamen zij iedere ochtend naar school met een glimlach, nieuwsgierigheid en een enorme wil om te leren.
Ik herinner me leerlingen die op hun eerste schooldag nauwelijks een woord Nederlands spraken en enkele maanden later vol trots een spreekbeurt hielden. Kinderen die elkaar hielpen zonder dezelfde taal te spreken. Leerlingen die ontdekten dat verschillen niet in de weg staan, maar juist verrijken.
Juist daardoor kreeg het begrip wereldburgerschap voor mij een gezicht.
De afgelopen jaren mocht ik leidinggeven aan een school die een afspiegeling is van de wereld waarin we leven. Een multiculturele school waar verschillende talen, culturen en verhalen samenkomen. Daarnaast bieden we onderwijs aan nieuwkomers in een taalklas voor kinderen van 6 tot 10 jaar en in twee internationale schakelklassen.
Daar heb ik misschien wel de mooiste lessen uit mijn loopbaan geleerd.
Als ik terugkijk, herinner ik me niet de beleidsstukken of vergaderingen. Ik zie gezichten. Kinderen die hun eerste schooldag spannend vonden. Leerlingen die boven zichzelf uitstegen. Ouders die vol trots naar een musical kwamen kijken. Collega's die iedere dag opnieuw het verschil maakten.
Op het moment dat u deze column leest, heb ik net mijn laatste werkdag in het onderwijs achter de rug. Na 41 jaar onderwijs, waarvan de laatste 21 jaar als directeur op drie verschillende basisscholen, sluit ik een bijzonder hoofdstuk af.
Dat voelt vreemd. Onderwijs is nooit zomaar een baan geweest. Het was een manier van leven. Vier decennia lang werd mijn agenda bepaald door schooltijden, oudergesprekken, studiedagen, rapporten, vieringen en soms ook zorgen. Maar vooral door kinderen. Duizenden kinderen.
Als ik terugkijk, herinner ik me niet de beleidsstukken of vergaderingen. Ik zie gezichten. Kinderen die hun eerste schooldag spannend vonden. Leerlingen die boven zichzelf uitstegen. Ouders die vol trots naar een musical kwamen kijken. Collega's die iedere dag opnieuw het verschil maakten.
Wereldburgerschap gaat niet over grote theorieën of ingewikkelde maatschappelijke discussies. Het begint klein. In de klas. Wanneer kinderen leren luisteren naar elkaar. Wanneer ze nieuwsgierig zijn naar elkaars achtergrond. Wanneer ze ontdekken dat respect, vriendelijkheid en begrip geen grenzen kennen.
Misschien is het daarom geen toeval dat mijn afscheid van het onderwijs tegelijkertijd een nieuw begin markeert.
Vanaf september ga ik aan de slag bij de stichting “Wereldburgers voor de Klas”, als projectleider en begeleider van kandidaten. Mensen uit verschillende landen die, in hun thuisland, een onderwijsbevoegdheid hebben behaald en die hun passie en ervaring willen inzetten voor het Nederlandse onderwijs.
Toen ik voor het eerst hoorde over dit initiatief, voelde het direct vertrouwd. Het sluit naadloos aan bij wat ik de afgelopen jaren dagelijks heb gezien: hoe waardevol verschillende perspectieven zijn voor kinderen, scholen en onze samenleving.
Ik kijk ernaar uit om deze kandidaten te begeleiden op hun weg naar een plek voor de klas. Want ook zij brengen verhalen mee die kinderen kunnen inspireren en hun blik op de wereld kunnen verruimen.
Natuurlijk zal ik het onderwijs missen. De levendigheid van een schoolgebouw, de spontane gesprekken met kinderen, de betrokkenheid van ouders en de samenwerking met collega's. Maar ik ben vooral dankbaar.
Dankbaar dat ik 41 jaar lang deel mocht uitmaken van een sector die iedere dag opnieuw investeert in de toekomst.
Daarom voelt mijn laatste werkdag niet als een afscheid, maar als een doorlopende lijn. Een nieuwe rol, een nieuwe uitdaging, maar nog steeds met hetzelfde doel: kinderen kansen bieden en mensen met elkaar verbinden.
Want uiteindelijk begint wereldburgerschap niet ergens ver weg.
Het begint iedere ochtend opnieuw. Gewoon in de klas.
Ik ontmoette kinderen die vaak meer hadden meegemaakt dan veel volwassenen in hun hele leven gaan doen. Kinderen die hun thuisland hadden verlaten, soms familie moesten missen en in een onbekend land opnieuw moesten beginnen. En toch kwamen zij iedere ochtend naar school met een glimlach, nieuwsgierigheid en een enorme wil om te leren.
Ik herinner me leerlingen die op hun eerste schooldag nauwelijks een woord Nederlands spraken en enkele maanden later vol trots een spreekbeurt hielden. Kinderen die elkaar hielpen zonder dezelfde taal te spreken. Leerlingen die ontdekten dat verschillen niet in de weg staan, maar juist verrijken.
Juist daardoor kreeg het begrip wereldburgerschap voor mij een gezicht.
De afgelopen jaren mocht ik leidinggeven aan een school die een afspiegeling is van de wereld waarin we leven. Een multiculturele school waar verschillende talen, culturen en verhalen samenkomen. Daarnaast bieden we onderwijs aan nieuwkomers in een taalklas voor kinderen van 6 tot 10 jaar en in twee internationale schakelklassen.
Daar heb ik misschien wel de mooiste lessen uit mijn loopbaan geleerd.
Deel deze pagina:
Op het moment dat u deze column leest, heb ik net mijn laatste werkdag in het onderwijs achter de rug. Na 41 jaar onderwijs, waarvan de laatste 21 jaar als directeur op drie verschillende basisscholen, sluit ik een bijzonder hoofdstuk af.
Dat voelt vreemd. Onderwijs is nooit zomaar een baan geweest. Het was een manier van leven. Vier decennia lang werd mijn agenda bepaald door schooltijden, oudergesprekken, studiedagen, rapporten, vieringen en soms ook zorgen. Maar vooral door kinderen. Duizenden kinderen.