Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Deel deze pagina:

"De Boomers onder de Puik lezers zullen deze NS slogan uit de eighties meteen herkennen."

Liften hebben ze in Kopenhagen overal bij stations waar dat nodig is. De metrostations daar vond ik werkelijk bijzonder. Strak, licht, modern — maar het meest indrukwekkend: glazen wanden langs de perrons. Je kunt er domweg niet op de rails vallen. Niet per ongeluk en ook niet als je net wat te veel Carlsberg hebt geproefd. Goed geregeld door de Deense overheid. Moet een overheid zorgen voor het openbaar vervoer? Hierover lopen meningen ver uiteen. Waar in het verleden alles in handen was van de overheid is er tegenwoordig een soort van mix in Nederland; infrastructuur is in handen van de overheid en vervoerders zoals Arriva en Veolia zijn privaat. Marktwerking heeft voordelen: concurrentie, nieuwe verbindingen. Maar ook nadelen: winst boven bereikbaarheid. Zelf zie ik de trein of beter gezegd het openbaar vervoer als een basisvoorziening, bij voorkeur zoveel mogelijk collectief georganiseerd en niet volledig overgeleverd aan de wetten van de markt. Een trein die rendabel moet zijn, stopt wellicht niet in Reuver! Belangrijk is dat de trein Reuver aandoet, al of niet met vertraging. Vertragingen waren in het Italië van de jaren dertig niet aan de orde. Het land waar de trein toen — en dit is voor de historici onder de Puik lezers — wél altijd op tijd reed. Mussolini liet de treinen stipt op tijd rijden, prima voor de reiziger en tegelijk een van de weinige nuttige bijdragen die hij leverde voor de samenleving, want Il Duce had op andere vlakken wat minder fraaie ideeën. Mijn mooiste Italiaanse treinverhaal gaat over klassen. Niet de maatschappelijke — hoewel, feitelijk ook weer wel. In Italië rijden aparte treinen van verschillende treinfirma’s met verschillende klassen. Mijn eerste ervaring: Florence-Rome. Op de heenweg eerste klas: ruim, airco, brede stoelen, heel comfortabel. Alleen wisten wij niet dat de door ons gekochte tickets voor een andere trein waren bedoeld. Dat had die vriendelijke man aan het loket, die alleen Italiaans sprak, ons niet verteld of mogelijk wel verteld maar we hadden geen woord verstaan van zijn toelichting behalve het woordje “Rome”. Bij de kaartjescontrole werd duidelijk dat we in de verkeerde trein zaten. De conducteur zag onze vergissing uiteindelijk door de vingers nadat de communicatie zeer moeizaam verliep omdat hij behalve Italiaans geen Engels, Duits, Nederlands of Limburgs sprak. Op de terugweg zaten we overigens in de juiste trein, tweede klas: snikhete wagon, geen airco, alle denkbare lichaamsgeuren en overvol.

De werkelijkheid is heel wat nuchterder: spoorlijnen werden zeker in de negentiende eeuw nationaal bepaald, niet door gemeenteraden. Reuver lag gunstiger en de ijzeren draak ging naar Reuver terwijl de mythische draak in Beesel bleef.

De trein is er nog steeds ondanks vertragingen, volle coupés, of nét die aansluiting missen. Maar zelfs met al dat wachten, kom je steeds weer tot dezelfde conclusie: waar zouden we zijn zonder de trein? Waarschijnlijk ergens op een weg, nog langer aan het wachten...

Een staaltje van miscommunicatie, wat mij deed denken aan de Toren van Babel. Het verhaal uit het Oude Testament over hoogmoed, macht en mensen die samen (te) groots willen bouwen. De communicatie verliep vlotjes en de bouw evenzo totdat van Hogerhand werd ingegrepen en de bouwvakkers verschillende talen gingen spreken en elkaar niet meer verstonden en begrepen. De Toren kwam nooit meer af.

Als voetbaltrainer heb ik dit weleens aangehaald in de kleedkamer; hoe belangrijk communicatie is, ook op het voetbalveld. Zonder goede communicatie geen doelpunten en geen Toren, waarbij de Toren een kwestie is van geloof, geloof ik.

Over gat gesproken, “Mind the gap” is de waarschuwing die klinkt bij elke Londense metrohalte, keurig ingesproken, vriendelijk maar beslist. Let op de ruimte tussen trein en perron. In Portugal is die gap trouwens véél groter — niet figuurlijk, maar letterlijk. Het in- en uitstappen kan voor mensen met kortere beentjes wat atletische vaardigheden vereisen. Toch doet niemand moeilijk. Portugal heeft namelijk iets wat veel landen missen: rust. De Portugese trein rijdt. Rustig. Er wordt weinig gepraat en ook met de daar alom aanwezige telefoons wordt discreet omgegaan. Terug naar Engeland. Wie weleens met zware koffers een Brits station heeft doorkruist, weet dat een ‘pass over’ — een brug over de rails zonder lift — een beproeving is voor de rug én voor het geloof in de mensheid. Wat bleek: die mensheid viel best mee. Reizigers die moeite hebben hun zware koffers de steile trappen op te tillen worden geholpen. Hartverwarmend. Je vraagt je af: doen Nederlanders dat ook? Of hebben wij simpelweg overal een lift waar dat nodig is?

Het geloof van onze oosterburen in die Deutsche Bahn is ook wel eens groter geweest. Het land dat ooit zo pünktlich was dat men er de klok op gelijk kon zetten. Tegenwoordig arriveert de ICE met dezelfde betrouwbaarheid als een weersvoorspelling voor de Limburgse zomer. Toen we een paar jaar geleden met de vriendengroep na een weekenduitstapje vanuit Düsseldorf met de trein terug wilden naar Reuver, werden we onverwachts geconfronteerd met Kaldenkirchen als eindbestemming van de overvolle trein. Het vervangende busvervoer bestond uit 1 bus die ging pendelen tussen Kaldenkirchen en Venlo. Iedereen besefte dat dit heel lang ging duren en ik heb zelden zoveel gevloek in zoveel verschillende talen op hetzelfde moment gehoord. Door de eerder genoemde Toren van Babel, kon ik alleen maar gissen naar de verbale uithalen in diverse talen, maar de strekking zal ongetwijfeld hetzelfde zijn geweest. Uiteindelijk kwamen we toch van Kaldenkirchen in Reuver. Wist u dat wij hier al sinds 1862 een station hebben? Het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst, althans zo gaat het verhaal en dit blijft een mooie mythe. Het gemeentehuis stond vroeger in de kern Beesel, waar het gemeentebestuur destijds door de ogen van zijn tijd keek en kennelijk alleen de nadelen van zo'n rook spuwende ijzeren draak zag die door het landschap raast. Dus werd volgens de mythe besloten dat de spoorlijn en het treinstation maar naar Reuver moesten.

Onze zuiderburen hebben een bijzondere relatie met het openbaar vervoer. Uit betrouwbare familiaire bron weet ik dat de Belgische trein minder een vervoermiddel is en meer een filosofische oefening in geduld. De trein kómt, maar wanneer? Dat is de vraag. Soms is het antwoord: volgende week donderdag; stakingen lijken in de dienstregeling te zitten. België heeft stakingen verheven tot het ultieme drukmiddel om het gat naar een beter loon te dichten.

De Boomers onder de Puik lezers zullen deze NS slogan uit de eighties meteen herkennen.. Het is een retorische vraag waarop je geen antwoord hoeft te geven maar die de vanzelfsprekendheid en onmisbaarheid van de trein in onze samenleving aangeeft. De trein roept bij veel mensen diverse beelden op die variëren van lekker ontspannen reizen tot een noodzakelijk kwaad dat altijd te laat komt en waar zitplaatsen schaars zijn. Zelf hoor ik in beginsel bij de groep die treinreizen ontspannend vindt, zeker als het tijdens buitenlandse tripjes is. Hierna mijn treinervaringen in een rondje langs een aantal Europese spoorlijnen.

COLUMN
Waar zouden we zijn zonder de trein?
Door Martin Niemans

Liften hebben ze in Kopenhagen overal bij stations waar dat nodig is. De metrostations daar vond ik werkelijk bijzonder. Strak, licht, modern — maar het meest indrukwekkend: glazen wanden langs de perrons. Je kunt er domweg niet op de rails vallen. Niet per ongeluk en ook niet als je net wat te veel Carlsberg hebt geproefd. Goed geregeld door de Deense overheid. Moet een overheid zorgen voor het openbaar vervoer? Hierover lopen meningen ver uiteen. Waar in het verleden alles in handen was van de overheid is er tegenwoordig een soort van mix in Nederland; infrastructuur is in handen van de overheid en vervoerders zoals Arriva en Veolia zijn privaat. Marktwerking heeft voordelen: concurrentie, nieuwe verbindingen. Maar ook nadelen: winst boven bereikbaarheid. Zelf zie ik de trein of beter gezegd het openbaar vervoer als een basisvoorziening, bij voorkeur zoveel mogelijk collectief georganiseerd en niet volledig overgeleverd aan de wetten van de markt. Een trein die rendabel moet zijn, stopt wellicht niet in Reuver! Belangrijk is dat de trein Reuver aandoet, al of niet met vertraging. Vertragingen waren in het Italië van de jaren dertig niet aan de orde. Het land waar de trein toen — en dit is voor de historici onder de Puik lezers — wél altijd op tijd reed. Mussolini liet de treinen stipt op tijd rijden, prima voor de reiziger en tegelijk een van de weinige nuttige bijdragen die hij leverde voor de samenleving, want Il Duce had op andere vlakken wat minder fraaie ideeën. Mijn mooiste Italiaanse treinverhaal gaat over klassen. Niet de maatschappelijke — hoewel, feitelijk ook weer wel. In Italië rijden aparte treinen van verschillende treinfirma’s met verschillende klassen. Mijn eerste ervaring: Florence-Rome. Op de heenweg eerste klas: ruim, airco, brede stoelen, heel comfortabel. Alleen wisten wij niet dat de door ons gekochte tickets voor een andere trein waren bedoeld. Dat had die vriendelijke man aan het loket, die alleen Italiaans sprak, ons niet verteld of mogelijk wel verteld maar we hadden geen woord verstaan van zijn toelichting behalve het woordje “Rome”. Bij de kaartjescontrole werd duidelijk dat we in de verkeerde trein zaten. De conducteur zag onze vergissing uiteindelijk door de vingers nadat de communicatie zeer moeizaam verliep omdat hij behalve Italiaans geen Engels, Duits, Nederlands of Limburgs sprak. Op de terugweg zaten we overigens in de juiste trein, tweede klas: snikhete wagon, geen airco, alle denkbare lichaamsgeuren en overvol.

Het geloof van onze oosterburen in die Deutsche Bahn is ook wel eens groter geweest. Het land dat ooit zo pünktlich was dat men er de klok op gelijk kon zetten. Tegenwoordig arriveert de ICE met dezelfde betrouwbaarheid als een weersvoorspelling voor de Limburgse zomer. Toen we een paar jaar geleden met de vriendengroep na een weekenduitstapje vanuit Düsseldorf met de trein terug wilden naar Reuver, werden we onverwachts geconfronteerd met Kaldenkirchen als eindbestemming van de overvolle trein. Het vervangende busvervoer bestond uit 1 bus die ging pendelen tussen Kaldenkirchen en Venlo. Iedereen besefte dat dit heel lang ging duren en ik heb zelden zoveel gevloek in zoveel verschillende talen op hetzelfde moment gehoord. Door de eerder genoemde Toren van Babel, kon ik alleen maar gissen naar de verbale uithalen in diverse talen, maar de strekking zal ongetwijfeld hetzelfde zijn geweest. Uiteindelijk kwamen we toch van Kaldenkirchen in Reuver. Wist u dat wij hier al sinds 1862 een station hebben? Het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst, althans zo gaat het verhaal en dit blijft een mooie mythe. Het gemeentehuis stond vroeger in de kern Beesel, waar het gemeentebestuur destijds door de ogen van zijn tijd keek en kennelijk alleen de nadelen van zo'n rook spuwende ijzeren draak zag die door het landschap raast. Dus werd volgens de mythe besloten dat de spoorlijn en het treinstation maar naar Reuver moesten.

De werkelijkheid is heel wat nuchterder: spoorlijnen werden zeker in de negentiende eeuw nationaal bepaald, niet door gemeenteraden. Reuver lag gunstiger en de ijzeren draak ging naar Reuver terwijl de mythische draak in Beesel bleef.

De trein is er nog steeds ondanks vertragingen, volle coupés, of nét die aansluiting missen. Maar zelfs met al dat wachten, kom je steeds weer tot dezelfde conclusie: waar zouden we zijn zonder de trein? Waarschijnlijk ergens op een weg, nog langer aan het wachten...

Een staaltje van miscommunicatie, wat mij deed denken aan de Toren van Babel. Het verhaal uit het Oude Testament over hoogmoed, macht en mensen die samen (te) groots willen bouwen. De communicatie verliep vlotjes en de bouw evenzo totdat van Hogerhand werd ingegrepen en de bouwvakkers verschillende talen gingen spreken en elkaar niet meer verstonden en begrepen. De Toren kwam nooit meer af.

Als voetbaltrainer heb ik dit weleens aangehaald in de kleedkamer; hoe belangrijk communicatie is, ook op het voetbalveld. Zonder goede communicatie geen doelpunten en geen Toren, waarbij de Toren een kwestie is van geloof, geloof ik.

Over gat gesproken, “Mind the gap” is de waarschuwing die klinkt bij elke Londense metrohalte, keurig ingesproken, vriendelijk maar beslist. Let op de ruimte tussen trein en perron. In Portugal is die gap trouwens véél groter — niet figuurlijk, maar letterlijk. Het in- en uitstappen kan voor mensen met kortere beentjes wat atletische vaardigheden vereisen. Toch doet niemand moeilijk. Portugal heeft namelijk iets wat veel landen missen: rust. De Portugese trein rijdt. Rustig. Er wordt weinig gepraat en ook met de daar alom aanwezige telefoons wordt discreet omgegaan. Terug naar Engeland. Wie weleens met zware koffers een Brits station heeft doorkruist, weet dat een ‘pass over’ — een brug over de rails zonder lift — een beproeving is voor de rug én voor het geloof in de mensheid. Wat bleek: die mensheid viel best mee. Reizigers die moeite hebben hun zware koffers de steile trappen op te tillen worden geholpen. Hartverwarmend. Je vraagt je af: doen Nederlanders dat ook? Of hebben wij simpelweg overal een lift waar dat nodig is?

Onze zuiderburen hebben een bijzondere relatie met het openbaar vervoer. Uit betrouwbare familiaire bron weet ik dat de Belgische trein minder een vervoermiddel is en meer een filosofische oefening in geduld. De trein kómt, maar wanneer? Dat is de vraag. Soms is het antwoord: volgende week donderdag; stakingen lijken in de dienstregeling te zitten. België heeft stakingen verheven tot het ultieme drukmiddel om het gat naar een beter loon te dichten.

Deel deze pagina:

"De Boomers onder de Puik lezers zullen deze NS slogan uit de eighties meteen herkennen."

De Boomers onder de Puik lezers zullen deze NS slogan uit de eighties meteen herkennen.. Het is een retorische vraag waarop je geen antwoord hoeft te geven maar die de vanzelfsprekendheid en onmisbaarheid van de trein in onze samenleving aangeeft. De trein roept bij veel mensen diverse beelden op die variëren van lekker ontspannen reizen tot een noodzakelijk kwaad dat altijd te laat komt en waar zitplaatsen schaars zijn. Zelf hoor ik in beginsel bij de groep die treinreizen ontspannend vindt, zeker als het tijdens buitenlandse tripjes is. Hierna mijn treinervaringen in een rondje langs een aantal Europese spoorlijnen.

Door Martin Niemans
Waar zouden we zijn zonder de trein?
COLUMN