



Deel deze pagina:

Laten we eerlijk zijn: AI is geen heilige. Hij liegt als het moet, verzint feiten, en zegt het met zóveel overtuiging dat je jezelf gaat afvragen of jij misschien gek bent. Hij weet niks zeker, maar zegt alles alsof het 100% klopt. Dus ja: AI is een tovenaar, maar wel eentje die je af en toe een klap met je eigen toverstaf geeft als je niet oplet.
Hoe eindigt het sprookje?
De mensen in het dorp leerden leven met de tovenaar. Hij kreeg zijn eigen plek. Niet op de troon, maar ergens op een krukje aan de bar. Ze lieten hem de saaie klussen doen, stelden kritische vragen, en leerden zijn trucjes herkennen. Ze werden er niet dommer van, maar juist slimmer. Hij mocht meedenken, helpen en inspireren. En hoewel hij af en toe nog rare fratsen uithaalde, begrepen ze dat het geen kwaadaardige magie was. AI is een degelijk en betoverend gereedschap, dat pas echt goed werkte in handen van een nadenkend mens.
Zo leefden ze – met AI – nog lang en gelukkig. Niet dankzij magie, maar dankzij gezond verstand.
Met de jaren werd hij steeds slimmer. Hij begon te begrijpen wat ik bedoelde als ik om hulp vroeg met het schrijven van de beste code. Hij kon uitleggen waarom iets niet werkte, of een alternatief voorstellen. Ik moet toegeven: ik ben toch wel onder de indruk. Eerlijk is eerlijk, af en toe is AI, de tovenaar, een lifesaver.
Toch blijf ik op mijn hoede want de tovenaar heeft ook een schaduwkant. Soms antwoordt hij razendsnel, maar compleet het tegenovergestelde van de waarheid. Ik vroeg hem laatst om een afbeelding te maken van een vol wijnglas. Wat kreeg ik ? Een glas wijn dat ondersteboven stond, zonder wijn; een glas maar voor de helft gevuld of juist met een rare vloeistof die meer op motorolie leek. Prachtig getekend hoor, daar niet van. Maar functioneel? Niet echt.
In het Land van PUIK zie ik de eerste tekenen al. AI in het klaslokaal ("Nee meneer, ik heb dit écht zelf geschreven"), bij de gemeente wanneer je je hond wilt aanmelden ("Weet u zeker dat u een hondenbelastingformulier bedoelt?") en bij de lokale ondernemers ("Deze flyer is gegenereerd met liefde… en ChatGPT"). Daar is niks mis mee – zolang we zelf blijven nadenken.
Bij de volleybalvereniging wilden ze AI gebruiken om trainingsschema’s te maken. Tot bleek dat AI dacht dat mensen vier armen hadden. Zelfs de lokale politiek keek even nieuwsgierig op. AI als adviseur bij raadsvergaderingen over De Schakel? Prima idee, tot hij in vijf seconden alle stukken had gelezen en zei: “Waarom praten jullie hier nog over?”
In mijn werk gebruik ik AI regelmatig als hulpmiddel. Als een soort digitale collega die altijd wakker is en nooit zeurt. Echter vertrouw ik hem niet zonder meer. Alles wat hij schrijft of aanraad wordt gecontroleerd. Niet omdat ik wantrouwig ben, maar omdat ik weet hoe makkelijk hij overtuigend kan liegen. Niet expres, aangezien hij niet eens weet wat nou daadwerkelijk waarheid is. Hij wil alleen maar ‘kloppen’, in de statistische zin van het woord. En dat is iets anders dan écht kloppen.
Toch… zie ik ook de magie. Het zet voorheen gesloten deuren op een kier.. Je hoeft geen briljant schrijver meer te zijn om een nette brief te versturen. Of een programmeur om een scriptje te maken dat je tijd bespaart. AI helpt mensen over drempels. Maar… dan moet je wél weten wat er aan de andere kant van die drempel ligt.
De mensen in het dorp wisten eerst niet wat ze met AI aan moesten en lachten erom “Ach dat is toch niks voor hier”. Tot AI ineens Ruiverpedia wist te winnen, een oplossing bedacht voor de herinrichting van de dorpskern en een carnavalslogo ontwierp van een niveau waar menig lid van de tekenclub jaloers op was. Daarna werd het druk, iedereen wilde vriendjes worden met AI. De basisschool probeerde AI een les te laten voorbereiden, de supermarkt vroeg om de beste weekaanbiedingen te schrijven en iemand in Offenbeek gebruikte AI zelfs om een Tinder-profiel te maken. Dat ging verrassend goed totdat de eerste date bleek te zijn met een chatbot uit Rusland.
Nu wil het toeval dat ik, inwoner van datzelfde dorp, deze tovenaar al kende van ver daarvoor. In mijn werk als Software Developer heb ik hem al vroeg leren kennen. Toen was hij nog maar een stagiair-tovenaar. Enthousiast, snel, maar onhandig, vergeetachtig, en soms ronduit dom. Je kon ‘m vragen een simpele programmeerfout op te lossen, maar dan gaf hij je een verhaal van 4 alinea’s waarom het allemaal jouw schuld was.
Verder ging alles z’n gangetje, mensen kenden elkaar of dachten elkaar te kennen, er werd gegroet op straat en op Social Media werd alles wat Gemeente Beesel plaatste flink bediscussieerd.
Tot er op een dag, toen niemand het verwachtte, een onzichtbare tovenaar het dorp binnenkwam. Hij kwam niet vanuit het zuiden op een paard, niet in een Tesla, maar stilletjes. Onzichtbaar. Hij kroop de huiskamers binnen via Wi-Fi en ging ongegeneerd op de stoel van de mens zitten. Hij schreef teksten, maakte plaatjes, rekende dingen uit en deed alsof hij alles wist. Zijn naam? AI. Of, zoals de lokale jeugd hem noemt: "die ene die mijn spreekbeurt heeft geschreven".
Er was eens een dorp, ergens tussen de Maas en het Brachterwald, waar de mensen leefden zoals elders: ze werkten, lachten, zuchtten op maandagochtend en proostten op vrijdagmiddag. Er werd fanatiek gebruik gemaakt van de Whatsapp buurtgroepen waarin flink geklaagd werd over het verkeer op de Mariastraat.

De mensen in het dorp wisten eerst niet wat ze met AI aan moesten en lachten erom “Ach dat is toch niks voor hier”. Tot AI ineens Ruiverpedia wist te winnen, een oplossing bedacht voor de herinrichting van de dorpskern en een carnavalslogo ontwierp van een niveau waar menig lid van de tekenclub jaloers op was. Daarna werd het druk, iedereen wilde vriendjes worden met AI. De basisschool probeerde AI een les te laten voorbereiden, de supermarkt vroeg om de beste weekaanbiedingen te schrijven en iemand in Offenbeek gebruikte AI zelfs om een Tinder-profiel te maken. Dat ging verrassend goed totdat de eerste date bleek te zijn met een chatbot uit Rusland.
Nu wil het toeval dat ik, inwoner van datzelfde dorp, deze tovenaar al kende van ver daarvoor. In mijn werk als Software Developer heb ik hem al vroeg leren kennen. Toen was hij nog maar een stagiair-tovenaar. Enthousiast, snel, maar onhandig, vergeetachtig, en soms ronduit dom. Je kon ‘m vragen een simpele programmeerfout op te lossen, maar dan gaf hij je een verhaal van 4 alinea’s waarom het allemaal jouw schuld was.




Deel deze pagina:
Laten we eerlijk zijn: AI is geen heilige. Hij liegt als het moet, verzint feiten, en zegt het met zóveel overtuiging dat je jezelf gaat afvragen of jij misschien gek bent. Hij weet niks zeker, maar zegt alles alsof het 100% klopt. Dus ja: AI is een tovenaar, maar wel eentje die je af en toe een klap met je eigen toverstaf geeft als je niet oplet.
Hoe eindigt het sprookje?
De mensen in het dorp leerden leven met de tovenaar. Hij kreeg zijn eigen plek. Niet op de troon, maar ergens op een krukje aan de bar. Ze lieten hem de saaie klussen doen, stelden kritische vragen, en leerden zijn trucjes herkennen. Ze werden er niet dommer van, maar juist slimmer. Hij mocht meedenken, helpen en inspireren. En hoewel hij af en toe nog rare fratsen uithaalde, begrepen ze dat het geen kwaadaardige magie was. AI is een degelijk en betoverend gereedschap, dat pas echt goed werkte in handen van een nadenkend mens.
Zo leefden ze – met AI – nog lang en gelukkig. Niet dankzij magie, maar dankzij gezond verstand.

Met de jaren werd hij steeds slimmer. Hij begon te begrijpen wat ik bedoelde als ik om hulp vroeg met het schrijven van de beste code. Hij kon uitleggen waarom iets niet werkte, of een alternatief voorstellen. Ik moet toegeven: ik ben toch wel onder de indruk. Eerlijk is eerlijk, af en toe is AI, de tovenaar, een lifesaver.
Toch blijf ik op mijn hoede want de tovenaar heeft ook een schaduwkant. Soms antwoordt hij razendsnel, maar compleet het tegenovergestelde van de waarheid. Ik vroeg hem laatst om een afbeelding te maken van een vol wijnglas. Wat kreeg ik ? Een glas wijn dat ondersteboven stond, zonder wijn; een glas maar voor de helft gevuld of juist met een rare vloeistof die meer op motorolie leek. Prachtig getekend hoor, daar niet van. Maar functioneel? Niet echt.
In mijn werk gebruik ik AI regelmatig als hulpmiddel. Als een soort digitale collega die altijd wakker is en nooit zeurt. Echter vertrouw ik hem niet zonder meer. Alles wat hij schrijft of aanraad wordt gecontroleerd. Niet omdat ik wantrouwig ben, maar omdat ik weet hoe makkelijk hij overtuigend kan liegen. Niet expres, aangezien hij niet eens weet wat nou daadwerkelijk waarheid is. Hij wil alleen maar ‘kloppen’, in de statistische zin van het woord. En dat is iets anders dan écht kloppen.
Toch… zie ik ook de magie. Het zet voorheen gesloten deuren op een kier.. Je hoeft geen briljant schrijver meer te zijn om een nette brief te versturen. Of een programmeur om een scriptje te maken dat je tijd bespaart. AI helpt mensen over drempels. Maar… dan moet je wél weten wat er aan de andere kant van die drempel ligt.
In het Land van PUIK zie ik de eerste tekenen al. AI in het klaslokaal ("Nee meneer, ik heb dit écht zelf geschreven"), bij de gemeente wanneer je je hond wilt aanmelden ("Weet u zeker dat u een hondenbelastingformulier bedoelt?") en bij de lokale ondernemers ("Deze flyer is gegenereerd met liefde… en ChatGPT"). Daar is niks mis mee – zolang we zelf blijven nadenken.
Bij de volleybalvereniging wilden ze AI gebruiken om trainingsschema’s te maken. Tot bleek dat AI dacht dat mensen vier armen hadden. Zelfs de lokale politiek keek even nieuwsgierig op. AI als adviseur bij raadsvergaderingen over De Schakel? Prima idee, tot hij in vijf seconden alle stukken had gelezen en zei: “Waarom praten jullie hier nog over?”
Verder ging alles z’n gangetje, mensen kenden elkaar of dachten elkaar te kennen, er werd gegroet op straat en op Social Media werd alles wat Gemeente Beesel plaatste flink bediscussieerd.
Tot er op een dag, toen niemand het verwachtte, een onzichtbare tovenaar het dorp binnenkwam. Hij kwam niet vanuit het zuiden op een paard, niet in een Tesla, maar stilletjes. Onzichtbaar. Hij kroop de huiskamers binnen via Wi-Fi en ging ongegeneerd op de stoel van de mens zitten. Hij schreef teksten, maakte plaatjes, rekende dingen uit en deed alsof hij alles wist. Zijn naam? AI. Of, zoals de lokale jeugd hem noemt: "die ene die mijn spreekbeurt heeft geschreven".
Er was eens een dorp, ergens tussen de Maas en het Brachterwald, waar de mensen leefden zoals elders: ze werkten, lachten, zuchtten op maandagochtend en proostten op vrijdagmiddag. Er werd fanatiek gebruik gemaakt van de Whatsapp buurtgroepen waarin flink geklaagd werd over het verkeer op de Mariastraat.
