Gelukkig was er ook nog de gemeenteschappelijke ruimte. Dit is de ruimte waar je at, een boek kon las, met andere reizigers deed kletsen, gezellig een spelletje speelde, maar vooral de ruimte waar je de warmte opzocht. Dit was de ruimte waar je tijdens het wandelen al naar uitkeek en waar je de kou even kon vergeten. Deze ruimte zorgde ervoor dat alle andere ongemakken (in ieder geval) eventjes waren verdwenen.
En als je deze uitdagingen dan eenmaal overwint, dan blijft enkel nog de schoonheid van de natuur, de gezelligheid van medereizigers en het trotste gevoel van de prestatie die je hebt geleverd over. Ik kijk terug op een heel mooie reis en heb vooral ook geleerd dat als je jezelf een doel stelt dat je deze ook kunt bereiken. Met de juiste voorbereiding en het goed verzorgen en luisteren naar je lichaam dan kun je bergen verzetten om zodoende werkelijk te genieten van de reis. Het zijn dan ook de mooie dingen die je altijd bijblijven.
De laatste uitdaging was het gebrek aan comfort. Vergeet het luxe leven hier in Nederland want dat kennen ze in de Himalaya niet. Alles wat de berg op gaat, gaat namelijk te voet of werd via een van de vele kolonies muilezels of yaks naar boven gebracht. Ook stroom en internet werden steeds schaarser, maar een korte digitale detox vond ik niet zo erg. Met het stijgen van de hoogtemeters, stegen de prijzen gezellig mee. De temperatuur daarentegen, die ging juist flink omlaag. Op de hoogste punten zakte het kwik ’s nachts naar -20 graden. De slaapkamers waren prima, maar met enkelglas en zonder verwarming was het binnen nauwelijks warmer. Uiteindelijk lig je met een thermo-ondergoed, een vest, een buff, en een muts in je slaapzak onder een dik laken te rillen totdat je opgewarmd bent.
En dan zijn er nog de toiletten. Hoe hoger de berg, hoe eenvoudiger ze werden tot het bekende gat in de grond. In de nacht en vroege ochtend waren de leidingen vaak bevroren en moest je met een maatbeker water uit een groot vat scheppen om de boel door te spoelen. Je kunt je wel voorstellen dat dit ook vaak een grote knoeiboel opleverde. Natte vloeren, deels bevroren, géén licht en uiteraard met je eigen toiletrol mee was het soms best een uitdaging om een beetje proper van het toilet af te komen. En door de Diamox mocht je dit ook nog eens enkele keren per nacht doen.
Een andere uitdaging is de hoogte. Everest Basecamp ligt op 5364 meter hoogte en op die hoogte is het zuurstofniveau nog maar de helft van wat wij op zeeniveau gewend zijn. Je lichaam moet keihard werken om niet te protesteren. Hoogteziekte is een grillig beestje; het is deels genetisch, maar voor de rest hangt alles af van rust en hydratatie. Je kunt hier vooraf vrijwel niet voor trainen, laat staan in Nederland.
Uiteraard had ik me wel goed ingelezen en ging ik gewapend met Diamox (hét medicijn tegen hoogteziekte) op reis. Ik ben géén medicus, maar in principe zijn er twee adviezen over Diamox: of je neemt het preventief of je neemt het pas als je symptomen hebt. Diamox kent namelijk ook bijwerkingen en één daarvan is dat je ontzettend vaak naar het toilet moet. Ik heb voor het tweede gekozen. Je kunt namelijk ook veel andere dingen doen om hoogteziekte proberen te voorkomen. Denk dan aan: voldoende vocht (4 à 5 liter) drinken, elektrolyten nemen, langzaam stijgen en vooral niet te veel stijgen in één dag (max 300 tot 500 meter). En vooral dat laatste was een issue. De standaard, aangeboden route is optimaal opgesteld en ondanks dat er acclimatisatiedagen zijn stijg je wel vaker 500 tot 600 meter op een dag. De kans dat je last krijgt van hoogteziekte is dan ook zeer reëel. Uiteindelijk moest ook ik er aan geloven. De eerste nacht boven de 4000 meter had ik barstende koppijn. Gelukkig had ik de dag erna een acclimatisatiedag en met een paracetamol op ging die dag me goed af, maar met het vooruitzicht dat we nog één dag zoveel zouden stijgen ging ik alsnog aan de Diamox en wat was dat een goede keuze. In de opvolgende dagen heb ik gelukkig géén last meer gehad van de hoogte en ook de bijwerkingen vielen reuze mee. Die extra wandelingen naar het toilet had ik daar graag voor over.
En uitdagingen die waren er zeker. Allereerst de fysieke uitdaging. De tocht naar Everest Basecamp duurt dertien dagen waarin je 130 kilometer aflegt en via de Cho La Pas een hoogte van 5420 meter aantikt. De paden zijn daar allesbehalve rechttoe rechtaan. De gidsen noemen het ‘Nepalees vlak’, wat in de praktijk betekent dat je continue op en af gaat. In totaal bedwing je zo’n 8000 hoogtemeters. In alle opzichten aantallen die ik niet eerder heb meegemaakt. Tot deze tocht was mijn langste trekking de Inca trail, een 4-daagse wandeltocht van zo’n 45 kilometer, wat ineens voelt als een gemoedelijk ommetje.
Om de tocht aangenamer voor mezelf te maken leek het me wel verstandig om hiervoor te trainen. Mijn vrije tijd werd gevuld met een combinatie van hardlopen, krachttraining en wandelen. Vooral de wandelingen bleken een logistieke puzzel. Met de Walsberg in de buurt kom je qua hoogtemeters namelijk niet ver, dus trok ik regelmatig naar het zuiden. En ook de vastelaovend maakte het niet makkelijker. Om een of andere reden is het na een avondje feesten toch wat moeilijker om je geplande training op te pakken. Om het voor mezelf goed te praten zag ik het lopen van de polonaise dan ook maar als training. Ik weet niet of de polonaise de doorslaggevende training was, maar ik heb de trekking in ieder geval zonder fysieke ongemakken kunnen volbrengen.
“Ik heb zin in een uitdaging!” Dat is wat ik dacht toen ik vorig mijn reis naar Everest Basecamp boekte. De laatste jaren is mijn plezier in wandelen gegroeid: van de glooiende heuvels in ons eigen Limburg tot de bergtoppen op vakantie. Tijdens het zoeken naar een nieuwe vakantiebestemming begon het pas echt te kriebelen bij de Mount Everest. Nu ben ik geen atleet, laat staan een professionele bergbeklimmer, en daarnaast heb ik weinig zin om op één rijtje te wachten totdat je daadwerkelijk op de top van de Mount Everest staat. Maar Basecamp bereiken? Die uitdaging ga ik graag aan!
Deel deze pagina:
Everest Basecamp
REISVERHAAL COLIN LEVELS
Deel deze pagina:
Gelukkig was er ook nog de gemeenteschappelijke ruimte. Dit is de ruimte waar je at, een boek kon las, met andere reizigers deed kletsen, gezellig een spelletje speelde, maar vooral de ruimte waar je de warmte opzocht. Dit was de ruimte waar je tijdens het wandelen al naar uitkeek en waar je de kou even kon vergeten. Deze ruimte zorgde ervoor dat alle andere ongemakken (in ieder geval) eventjes waren verdwenen.
En als je deze uitdagingen dan eenmaal overwint, dan blijft enkel nog de schoonheid van de natuur, de gezelligheid van medereizigers en het trotste gevoel van de prestatie die je hebt geleverd over. Ik kijk terug op een heel mooie reis en heb vooral ook geleerd dat als je jezelf een doel stelt dat je deze ook kunt bereiken. Met de juiste voorbereiding en het goed verzorgen en luisteren naar je lichaam dan kun je bergen verzetten om zodoende werkelijk te genieten van de reis. Het zijn dan ook de mooie dingen die je altijd bijblijven.
De laatste uitdaging was het gebrek aan comfort. Vergeet het luxe leven hier in Nederland want dat kennen ze in de Himalaya niet. Alles wat de berg op gaat, gaat namelijk te voet of werd via een van de vele kolonies muilezels of yaks naar boven gebracht. Ook stroom en internet werden steeds schaarser, maar een korte digitale detox vond ik niet zo erg. Met het stijgen van de hoogtemeters, stegen de prijzen gezellig mee. De temperatuur daarentegen, die ging juist flink omlaag. Op de hoogste punten zakte het kwik ’s nachts naar -20 graden. De slaapkamers waren prima, maar met enkelglas en zonder verwarming was het binnen nauwelijks warmer. Uiteindelijk lig je met een thermo-ondergoed, een vest, een buff, en een muts in je slaapzak onder een dik laken te rillen totdat je opgewarmd bent.
En dan zijn er nog de toiletten. Hoe hoger de berg, hoe eenvoudiger ze werden tot het bekende gat in de grond. In de nacht en vroege ochtend waren de leidingen vaak bevroren en moest je met een maatbeker water uit een groot vat scheppen om de boel door te spoelen. Je kunt je wel voorstellen dat dit ook vaak een grote knoeiboel opleverde. Natte vloeren, deels bevroren, géén licht en uiteraard met je eigen toiletrol mee was het soms best een uitdaging om een beetje proper van het toilet af te komen. En door de Diamox mocht je dit ook nog eens enkele keren per nacht doen.
Een andere uitdaging is de hoogte. Everest Basecamp ligt op 5364 meter hoogte en op die hoogte is het zuurstofniveau nog maar de helft van wat wij op zeeniveau gewend zijn. Je lichaam moet keihard werken om niet te protesteren. Hoogteziekte is een grillig beestje; het is deels genetisch, maar voor de rest hangt alles af van rust en hydratatie. Je kunt hier vooraf vrijwel niet voor trainen, laat staan in Nederland.
Uiteraard had ik me wel goed ingelezen en ging ik gewapend met Diamox (hét medicijn tegen hoogteziekte) op reis. Ik ben géén medicus, maar in principe zijn er twee adviezen over Diamox: of je neemt het preventief of je neemt het pas als je symptomen hebt. Diamox kent namelijk ook bijwerkingen en één daarvan is dat je ontzettend vaak naar het toilet moet. Ik heb voor het tweede gekozen. Je kunt namelijk ook veel andere dingen doen om hoogteziekte proberen te voorkomen. Denk dan aan: voldoende vocht (4 à 5 liter) drinken, elektrolyten nemen, langzaam stijgen en vooral niet te veel stijgen in één dag (max 300 tot 500 meter). En vooral dat laatste was een issue. De standaard, aangeboden route is optimaal opgesteld en ondanks dat er acclimatisatiedagen zijn stijg je wel vaker 500 tot 600 meter op een dag. De kans dat je last krijgt van hoogteziekte is dan ook zeer reëel. Uiteindelijk moest ook ik er aan geloven. De eerste nacht boven de 4000 meter had ik barstende koppijn. Gelukkig had ik de dag erna een acclimatisatiedag en met een paracetamol op ging die dag me goed af, maar met het vooruitzicht dat we nog één dag zoveel zouden stijgen ging ik alsnog aan de Diamox en wat was dat een goede keuze. In de opvolgende dagen heb ik gelukkig géén last meer gehad van de hoogte en ook de bijwerkingen vielen reuze mee. Die extra wandelingen naar het toilet had ik daar graag voor over.
En uitdagingen die waren er zeker. Allereerst de fysieke uitdaging. De tocht naar Everest Basecamp duurt dertien dagen waarin je 130 kilometer aflegt en via de Cho La Pas een hoogte van 5420 meter aantikt. De paden zijn daar allesbehalve rechttoe rechtaan. De gidsen noemen het ‘Nepalees vlak’, wat in de praktijk betekent dat je continue op en af gaat. In totaal bedwing je zo’n 8000 hoogtemeters. In alle opzichten aantallen die ik niet eerder heb meegemaakt. Tot deze tocht was mijn langste trekking de Inca trail, een 4-daagse wandeltocht van zo’n 45 kilometer, wat ineens voelt als een gemoedelijk ommetje.
Om de tocht aangenamer voor mezelf te maken leek het me wel verstandig om hiervoor te trainen. Mijn vrije tijd werd gevuld met een combinatie van hardlopen, krachttraining en wandelen. Vooral de wandelingen bleken een logistieke puzzel. Met de Walsberg in de buurt kom je qua hoogtemeters namelijk niet ver, dus trok ik regelmatig naar het zuiden. En ook de vastelaovend maakte het niet makkelijker. Om een of andere reden is het na een avondje feesten toch wat moeilijker om je geplande training op te pakken. Om het voor mezelf goed te praten zag ik het lopen van de polonaise dan ook maar als training. Ik weet niet of de polonaise de doorslaggevende training was, maar ik heb de trekking in ieder geval zonder fysieke ongemakken kunnen volbrengen.
“Ik heb zin in een uitdaging!” Dat is wat ik dacht toen ik vorig mijn reis naar Everest Basecamp boekte. De laatste jaren is mijn plezier in wandelen gegroeid: van de glooiende heuvels in ons eigen Limburg tot de bergtoppen op vakantie. Tijdens het zoeken naar een nieuwe vakantiebestemming begon het pas echt te kriebelen bij de Mount Everest. Nu ben ik geen atleet, laat staan een professionele bergbeklimmer, en daarnaast heb ik weinig zin om op één rijtje te wachten totdat je daadwerkelijk op de top van de Mount Everest staat. Maar Basecamp bereiken? Die uitdaging ga ik graag aan!
Everest Basecamp
REISVERHAAL COLIN LEVELS
PUIK FOTOVERSLAG