Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Deel deze pagina:

"Dat voorjaar veranderde onze tuin in een soort live natuurdocumentaire."

Toen de lente weer begon, kwam het stel opnieuw samen en startte de grote verbouwing. Wekenlang werd er gesleept met mos, takjes en veertjes. Serieus, menig IKEA-project verbleekt hierbij. Dankzij onze langharige hond konden wij ook een bijdrage leveren: gratis wol, vers van de bron. Ze maakten er dankbaar gebruik van, circulaire economie op z’n best. En toen begon het eierverhaal. Tien dagen lang: elke ochtend één ei. Ik zat er bijna met een notitieblok naast. Daarna verdween moeder plots urenlang. Ik maakte me toch een beetje zorgen… Hoe blijven die eitjes warm? Gelukkig zit de natuur slimmer in elkaar dan ik: een embryo ontwikkelt zich pas bij een constante temperatuur van zo’n 37 à 38 graden. Moeder wist precies wat ze deed. (Ik niet.) Twee weken later: actie. De eerste kuikens kwamen uit. En toen brak de spitsuurdienst aan. Wist je dat pimpelmezen honderden insecten per dag aanvoeren voor hun kroost? Het is letterlijk een non-stop bezorgservice. En alsof dat nog niet genoeg is, runnen ze ook hun eigen schoonmaakdienst: de kleintjes produceren hun ontlasting netjes verpakt in een soort zakje, steken hun achterwerk omhoog, en de ouders voeren af.

En zoals dat altijd gaat: op een mooie morgen in mei was het nestje leeg. Gewoon… leeg. Geen afscheid, geen briefje. Weggevlogen. Af en toe zag ik ze nog in de tuin, druk bijgevoerd door hun ouders, maar het hoofdstuk was afgesloten. Alles wat voor mij overbleef waren de mooie herinneringen en lege nestsyndroom…Maar geen zorgen. Het is weer lente.

Trots liet ik aan iedereen, of ze wilden of niet, de vorderingen van ‘mijn’ kleintjes zien. Collega’s begonnen te vragen hoe het ging en leefden mee toen ik dacht dat ‘we’ er eentje verloren waren. We genoten met zijn alle volop van de vorderingen. De jongen groeiden als kool. Op een gegeven moment dacht ik serieus: dit past nooit meer. Maar het bleef wonderbaarlijk gezellig in dat kastje. Na een week of drie begonnen ze te oefenen: vleugeltjes wapperen, voorzichtig door het gaatje gluren… de grote wereld lonkte.

Sinterklaas luisterde blijkbaar al mee en zo kreeg ik van de lieve man een wild-cameraatje. En toen veranderde ons simpele nestkastje in een volwaardige realityshow. Maar wat bleek? Het kastje was niet alleen een lenteverblijf, maar ook een winter-B&B (nog zonder liefde). Papa (of mama) pimpelmees kroop gezellig het huisje in als het donker werd. En eerlijk: zo’n vogeltje dat zich opbolt tot een pluizig bolletje veren als ze gaan slapen… het lijkt alsof er een tennisballetje met oogjes in je kastje zit.

Tot mijn grote vreugde bleek een week later dat de familie pimpelmees het huisje had goedgekeurd. Contract getekend (figuurlijk), sleutel overhandigd (ook figuurlijk) en bouwen maar. Dat voorjaar veranderde onze tuin in een soort live natuurdocumentaire. Vanuit de luie stoel volgden we het in- en uitvliegen van papa en mama pimpelmees. En natuurlijk het grote moment: de eerste vliegles van de kleintjes. Toch begon het te kriebelen. Wat zou het leuk zijn mijmerde ik, als we ook mee konden kijken ín het kastje.

Door Sinterklaas werd ik verwend met een prachtig nestkastje. En wie mij een beetje kent, weet: geduld is niet mijn sterkste kant. Dus zodra de eerste zonnestralen zich lieten zien, hing dat kastje sneller dan je “pepernoot” kunt zeggen aan de muur. Nog voordat wij überhaupt een geschikte plek voor kastje nummer twee hadden gevonden, meldden de eerste potentiële huurders zich al voor een bezichtiging. Zonder afspraak, maar vooruit, de woningmarkt is krap.

COLUMN
Nestkastje met reality-tv
Door Astrid Teeuwen

En zoals dat altijd gaat: op een mooie morgen in mei was het nestje leeg. Gewoon… leeg. Geen afscheid, geen briefje. Weggevlogen. Af en toe zag ik ze nog in de tuin, druk bijgevoerd door hun ouders, maar het hoofdstuk was afgesloten. Alles wat voor mij overbleef waren de mooie herinneringen en lege nestsyndroom…Maar geen zorgen. Het is weer lente.

Toen de lente weer begon, kwam het stel opnieuw samen en startte de grote verbouwing. Wekenlang werd er gesleept met mos, takjes en veertjes. Serieus, menig IKEA-project verbleekt hierbij. Dankzij onze langharige hond konden wij ook een bijdrage leveren: gratis wol, vers van de bron. Ze maakten er dankbaar gebruik van, circulaire economie op z’n best. En toen begon het eierverhaal. Tien dagen lang: elke ochtend één ei. Ik zat er bijna met een notitieblok naast. Daarna verdween moeder plots urenlang. Ik maakte me toch een beetje zorgen… Hoe blijven die eitjes warm? Gelukkig zit de natuur slimmer in elkaar dan ik: een embryo ontwikkelt zich pas bij een constante temperatuur van zo’n 37 à 38 graden. Moeder wist precies wat ze deed. (Ik niet.) Twee weken later: actie. De eerste kuikens kwamen uit. En toen brak de spitsuurdienst aan. Wist je dat pimpelmezen honderden insecten per dag aanvoeren voor hun kroost? Het is letterlijk een non-stop bezorgservice. En alsof dat nog niet genoeg is, runnen ze ook hun eigen schoonmaakdienst: de kleintjes produceren hun ontlasting netjes verpakt in een soort zakje, steken hun achterwerk omhoog, en de ouders voeren af.

Trots liet ik aan iedereen, of ze wilden of niet, de vorderingen van ‘mijn’ kleintjes zien. Collega’s begonnen te vragen hoe het ging en leefden mee toen ik dacht dat ‘we’ er eentje verloren waren. We genoten met zijn alle volop van de vorderingen. De jongen groeiden als kool. Op een gegeven moment dacht ik serieus: dit past nooit meer. Maar het bleef wonderbaarlijk gezellig in dat kastje. Na een week of drie begonnen ze te oefenen: vleugeltjes wapperen, voorzichtig door het gaatje gluren… de grote wereld lonkte.

Sinterklaas luisterde blijkbaar al mee en zo kreeg ik van de lieve man een wild-cameraatje. En toen veranderde ons simpele nestkastje in een volwaardige realityshow. Maar wat bleek? Het kastje was niet alleen een lenteverblijf, maar ook een winter-B&B (nog zonder liefde). Papa (of mama) pimpelmees kroop gezellig het huisje in als het donker werd. En eerlijk: zo’n vogeltje dat zich opbolt tot een pluizig bolletje veren als ze gaan slapen… het lijkt alsof er een tennisballetje met oogjes in je kastje zit.

Tot mijn grote vreugde bleek een week later dat de familie pimpelmees het huisje had goedgekeurd. Contract getekend (figuurlijk), sleutel overhandigd (ook figuurlijk) en bouwen maar. Dat voorjaar veranderde onze tuin in een soort live natuurdocumentaire. Vanuit de luie stoel volgden we het in- en uitvliegen van papa en mama pimpelmees. En natuurlijk het grote moment: de eerste vliegles van de kleintjes. Toch begon het te kriebelen. Wat zou het leuk zijn mijmerde ik, als we ook mee konden kijken ín het kastje.

Deel deze pagina:

"Dat voorjaar veranderde onze tuin in een soort live natuurdocumentaire."

Door Sinterklaas werd ik verwend met een prachtig nestkastje. En wie mij een beetje kent, weet: geduld is niet mijn sterkste kant. Dus zodra de eerste zonnestralen zich lieten zien, hing dat kastje sneller dan je “pepernoot” kunt zeggen aan de muur. Nog voordat wij überhaupt een geschikte plek voor kastje nummer twee hadden gevonden, meldden de eerste potentiële huurders zich al voor een bezichtiging. Zonder afspraak, maar vooruit, de woningmarkt is krap.

Door Astrid Teeuwen
Nestkastje met reality-tv
COLUMN