Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Deel deze pagina:

"Ik keek naar mezelf en dacht potverdorie je wordt stiekem toch ouder."

Dus, als je me ziet worstelen met mijn bril, of als ik klaag over “pien in de knäök”, weet dan: ik ben niet oud. Ik ben 'tijdelijk minder soepel'. En oud worden? Dat is iets voor later. Veel later. Of zoals mijn vader zaliger ooit eens opmerkte “als je niet oud wilt worden, dan moet je, je vroeg laten hangen”. En dan nu de fabel van de goeie ouwe tijd... Als ik op een verjaardag tussen mijn leeftijdsgenoten zit, duurt het meestal een half uur voordat het hoge woord eruit komt: "Vroeger, ja... toen was alles tenminste nog echt beter." We knikken dan, maar hebben op datzelfde moment wel ons mobieltje in de hand? Maar laten we eens heel eerlijk zijn, nu we toch onder elkaar zijn: was het echt beter of was het gewoon anders? Natuurlijk mis ik de tijd dat we met een dubbeltje een zak snoep kochten, of dat we (wonende in het reuversveld) naar de maas gingen zwemmen, naar de overkant zwommen met een plastic zakje in de zwembroek, in Kessel naar het snoepwinkeltje liepen, snoep kochten, deze snoep in dat plastic zakje deden en weer terug naar Reuver zwommen. Maar wat ik niet mis is de kolenkachel, die we elke ochtend met bevroren vingers moesten opstoken terwijl het ijs op de binnenkant van de ramen stond. Ik mis de wasmachine niet die nog een handmatige wringer had waar je vingers zowat tussen bleven zitten. En de tandarts? Laten we het daar maar helemaal niet over hebben. De herinnering aan die langzame, jankende boor bezorgt me nog steeds kippenvel.

Ik ben nu bijna 71 en sta nog vol in het leven en heb nog steeds mijn eigen onderneming (wel in afgeslankte vorm). Ik geniet nog steeds van mijn kleinkinderen, maar ook deze worden stiekem ouder en hebben opa steeds minder nodig, mijn elektrische fiets en het feit dat ik met één druk op de knop bij wijze van spreken mijn familie in Nieuw-Zeeland kan zien op een schermpje.

Laten we die roze bril maar eens afzetten. Ik ben blij dat ik hier en nu ben, met alle (on)gemakken van vandaag. De 'goeie ouwe tijd' was vooral heel erg hard werken. Daarvan heb ik veel geleerd en het heeft mij ook gevormd. Net als al mijn generatiegenoten, tóch?

We roepen graag dat de jeugd van tegenwoordig alleen maar op schermen kijkt. Maar weet je nog wat wij deden? Wij verveelden ons soms te pletter. Er waren twee zenders op de televisie, en als de testbeeld-uitzending begon, hield de wereld zo ongeveer op met draaien.

Nee, vroeger was niet 'beter'. Vroeger was simpelweg overzichtelijker omdat de wereld kleiner was. Onze horizon hield op bij de kerktoren of de grens van het dorp. Dat gaf rust, maar ook een sociale controle waar je u tegen zei. Als ik een scheve schaats reed van welke aard dan ook, wist de hele buurt (en pap en mam natuurlijk ook) het voordat ik weer thuis was.

De maatschappij doet ook niet echt haar best om ons gerust te stellen. Overal zijn rimpelcrèmes, ja ook voor mannen, 'anti-aging' behandelingen en sportschoolabonnementen die beloven dat we "eeuwig jong" kunnen blijven. Het is een leugen waar ik maar al te graag in trap. Want tja… het is de bedoeling dat we die dure crème, om rimpels weg te smeren, gaan kopen, en we hopen dan, tegen beter weten in, de tijd een klein beetje te bedriegen.

Misschien is het angst. De angst dat de wereld doorgaat zonder mij, terwijl dit natuurlijk wel gewoon de praktijk is. Maar als ik eerlijk ben, is het ook gewoon koppigheid. Het idee dat ouder worden in het algemeen synoniem staat aan "stilstand" of "achteruitgang" bevalt me niet. Ik wil niet achter de geraniums. In feite wil ik nog steeds van alles leren, ik blijf werken en sedert kort ook weer actief aan het fitnessen.

Oud worden. Het is zo’n proces dat anderen overkomt. Collega’s, buren, mensen in de supermarkt die ineens met 'u' aangesproken willen worden. Maar ik? Ik zit nog steeds in de fase van "ik voel me van binnen nog 40". Dat ik 's ochtends stijf uit bed stap en enkele minuten tijd nodig heb om normaal te functioneren en dat ik af en toe denk dat een rustige avond thuis op de bank eigenlijk veel beter is dan op stap te gaan. Die gedachten negeer ik stelselmatig.

Mensen zeggen: "Oud worden is een voorrecht." Ja, fijn. Maar moet dat gepaard gaan met het verliezen van, bijvoorbeeld, kortetermijngeheugen, stijve knieën en het onvermogen om fatsoenlijk de trap op te lopen? Het is, zoals ze in de wandelgangen zeggen, niet voor watjes. 

Een column in 2 delen! Het overkwam me laatst in een lift. Een spiegelwand, waar TL-licht op scheen. Ik keek naar mezelf en dacht potverdorie je wordt stiekem toch ouder. De rimpels rond mijn ogen waren in dat licht wat duidelijker en de zwaartekracht had besloten dat mijn oogleden toch maar iets moesten zakken. "Leuk hè, dat ouder worden," grapte de vrouw naast me in de lift. Ik… lachte als een boer met kiespijn.

COLUMN
Oud worden? Ik niet, of...
Door Pierre Verstappen

Dus, als je me ziet worstelen met mijn bril, of als ik klaag over “pien in de knäök”, weet dan: ik ben niet oud. Ik ben 'tijdelijk minder soepel'. En oud worden? Dat is iets voor later. Veel later. Of zoals mijn vader zaliger ooit eens opmerkte “als je niet oud wilt worden, dan moet je, je vroeg laten hangen”. En dan nu de fabel van de goeie ouwe tijd... Als ik op een verjaardag tussen mijn leeftijdsgenoten zit, duurt het meestal een half uur voordat het hoge woord eruit komt: "Vroeger, ja... toen was alles tenminste nog echt beter." We knikken dan, maar hebben op datzelfde moment wel ons mobieltje in de hand? Maar laten we eens heel eerlijk zijn, nu we toch onder elkaar zijn: was het echt beter of was het gewoon anders? Natuurlijk mis ik de tijd dat we met een dubbeltje een zak snoep kochten, of dat we (wonende in het reuversveld) naar de maas gingen zwemmen, naar de overkant zwommen met een plastic zakje in de zwembroek, in Kessel naar het snoepwinkeltje liepen, snoep kochten, deze snoep in dat plastic zakje deden en weer terug naar Reuver zwommen. Maar wat ik niet mis is de kolenkachel, die we elke ochtend met bevroren vingers moesten opstoken terwijl het ijs op de binnenkant van de ramen stond. Ik mis de wasmachine niet die nog een handmatige wringer had waar je vingers zowat tussen bleven zitten. En de tandarts? Laten we het daar maar helemaal niet over hebben. De herinnering aan die langzame, jankende boor bezorgt me nog steeds kippenvel.

We roepen graag dat de jeugd van tegenwoordig alleen maar op schermen kijkt. Maar weet je nog wat wij deden? Wij verveelden ons soms te pletter. Er waren twee zenders op de televisie, en als de testbeeld-uitzending begon, hield de wereld zo ongeveer op met draaien.

Nee, vroeger was niet 'beter'. Vroeger was simpelweg overzichtelijker omdat de wereld kleiner was. Onze horizon hield op bij de kerktoren of de grens van het dorp. Dat gaf rust, maar ook een sociale controle waar je u tegen zei. Als ik een scheve schaats reed van welke aard dan ook, wist de hele buurt (en pap en mam natuurlijk ook) het voordat ik weer thuis was.

De maatschappij doet ook niet echt haar best om ons gerust te stellen. Overal zijn rimpelcrèmes, ja ook voor mannen, 'anti-aging' behandelingen en sportschoolabonnementen die beloven dat we "eeuwig jong" kunnen blijven. Het is een leugen waar ik maar al te graag in trap. Want tja… het is de bedoeling dat we die dure crème, om rimpels weg te smeren, gaan kopen, en we hopen dan, tegen beter weten in, de tijd een klein beetje te bedriegen.

Misschien is het angst. De angst dat de wereld doorgaat zonder mij, terwijl dit natuurlijk wel gewoon de praktijk is. Maar als ik eerlijk ben, is het ook gewoon koppigheid. Het idee dat ouder worden in het algemeen synoniem staat aan "stilstand" of "achteruitgang" bevalt me niet. Ik wil niet achter de geraniums. In feite wil ik nog steeds van alles leren, ik blijf werken en sedert kort ook weer actief aan het fitnessen.

Ik ben nu bijna 71 en sta nog vol in het leven en heb nog steeds mijn eigen onderneming (wel in afgeslankte vorm). Ik geniet nog steeds van mijn kleinkinderen, maar ook deze worden stiekem ouder en hebben opa steeds minder nodig, mijn elektrische fiets en het feit dat ik met één druk op de knop bij wijze van spreken mijn familie in Nieuw-Zeeland kan zien op een schermpje.

Laten we die roze bril maar eens afzetten. Ik ben blij dat ik hier en nu ben, met alle (on)gemakken van vandaag. De 'goeie ouwe tijd' was vooral heel erg hard werken. Daarvan heb ik veel geleerd en het heeft mij ook gevormd. Net als al mijn generatiegenoten, tóch?

Oud worden. Het is zo’n proces dat anderen overkomt. Collega’s, buren, mensen in de supermarkt die ineens met 'u' aangesproken willen worden. Maar ik? Ik zit nog steeds in de fase van "ik voel me van binnen nog 40". Dat ik 's ochtends stijf uit bed stap en enkele minuten tijd nodig heb om normaal te functioneren en dat ik af en toe denk dat een rustige avond thuis op de bank eigenlijk veel beter is dan op stap te gaan. Die gedachten negeer ik stelselmatig.

Mensen zeggen: "Oud worden is een voorrecht." Ja, fijn. Maar moet dat gepaard gaan met het verliezen van, bijvoorbeeld, kortetermijngeheugen, stijve knieën en het onvermogen om fatsoenlijk de trap op te lopen? Het is, zoals ze in de wandelgangen zeggen, niet voor watjes. 

Deel deze pagina:

"Ik keek naar mezelf en dacht potverdorie je wordt stiekem toch ouder."

Een column in 2 delen! Het overkwam me laatst in een lift. Een spiegelwand, waar TL-licht op scheen. Ik keek naar mezelf en dacht potverdorie je wordt stiekem toch ouder. De rimpels rond mijn ogen waren in dat licht wat duidelijker en de zwaartekracht had besloten dat mijn oogleden toch maar iets moesten zakken. "Leuk hè, dat ouder worden," grapte de vrouw naast me in de lift. Ik… lachte als een boer met kiespijn.

Door Pierre Verstappen
Oud worden? Ik niet, of...
COLUMN