Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Deel deze pagina:

"Zo af en toe speelt de gedachte op om ‘dit weekend eens even niets te doen’,"

“Anders vraag jij even op de voetbalapp of mensen in de kroeg voetballen gaan kijken”. Voordat ik kan vragen of hij ook wat breuken in zijn vingers heeft, volgt een “ik kan dat moeilijk doen aangezien ik er nooit bij ben op zondag”. Ik ben sterk. Ik ben standvastig en ik ben… vijf minuten later, append of iemand voetballen gaat kijken, onderweg naar het terras omdat hij “toch al in de buurt is” en “het zonde is van dat mooie weer”. Hij heeft een talent: sociale aanpraterij. Hij kan iemand die net besloten heeft nooit meer buiten te komen, binnen tien minuten in een café krijgen met een speciaalbier van 9,6%. Zelf is deze man nog trager dan de NS op hun slechtste dag en komt hij structureel een half uurtje later dan afgesproken, maar dat terzijde. En dan moet het nog zondag worden.

Zondag dan. Dat wordt mijn rustdag. Ik word wakker met een zekere vastberadenheid. Vandaag ga ik sporten en verder blijf ik thuis. Het hele huis wordt gepoetst en ik laat me er niet van afleiden. Ping… “En? Fit? Wat ga jij vandaag doen?” Deze man heeft een bijbaan bij de duivel, voor je het weet zit je op een terras, sta je op het station of weet hij je te overtuigen dat “Formule 1 ook spannend is”.

“Ik moet even de deur uit”. Alsof hij wil zeggen: Je kunt het niet maken om thuis te blijven. Uiteindelijk eindigt elk weekend hetzelfde, rustplannen is gruzelementen en het idee: “Volgend weekend ga ik écht niks doen”. Diep van binnen weet ik echter dat “hij” weer een zware week tegemoet gaat en straks echt weer even de deur uit moet. Ping… “Was lachen hè?!”…

En eerlijk? Ik vind het nog gezellig ook.

En dan… dan komt “hij” in beeld… Mijn vriend zonder ruggengraat. Dat is niet zijn werkelijke lichamelijke status, die is (redelijk) in orde, maar mentaal is hij zo gevouwen als een strandstoel. Eén appje van iemand anders – “biertje?” – en hij klapt er meteen op… “Ja”, “natuurlijk”, “ik kom er aan”. En hij sleept me altijd mee.

Altijd.

Het begint subtiel, alsof ik niet weet wat er komen gaat. “Weet jij of iemand vandaag wat gaat doen?”, gevolgd door “ik moet even de deur uit” en dan (letterlijk, de vorige week): “ich dalik aug ff sporten nag, kutsaai, mer mot get veur miene rugk doon”. Daar gaat weer een ruggengraat.

Zo af en toe speelt de gedachte op om ‘dit weekend eens even niets te doen’, buiten dan een wedstrijdje spelen om zo toch wat lichaamsbeweging en prestatiedrang te hebben. ’s Avonds fijn op de bank, watertje erbij, een fit begin aan de volgende dag. Even sporten en verder helemaal niets doen.

Twee weken geleden sloeg onze vakidioot Frans de spijker om zijn kop in zijn column in Puik. Die rug, vrijwel iedereen krijgt eens last van zijn rug… Op donderdag kijk ik eens in mijn agenda om te zien of ik nog afspraken in het weekend zie staan. Voetbalwedstrijdje, padelwedstrijdje, feestje, etentje, NIETS, of staat het toch vol met huishoudelijke taken?

COLUMN
Door Bram Litjens
Zondag rustdag

Zondag dan. Dat wordt mijn rustdag. Ik word wakker met een zekere vastberadenheid. Vandaag ga ik sporten en verder blijf ik thuis. Het hele huis wordt gepoetst en ik laat me er niet van afleiden. Ping… “En? Fit? Wat ga jij vandaag doen?” Deze man heeft een bijbaan bij de duivel, voor je het weet zit je op een terras, sta je op het station of weet hij je te overtuigen dat “Formule 1 ook spannend is”.

“Ik moet even de deur uit”. Alsof hij wil zeggen: Je kunt het niet maken om thuis te blijven. Uiteindelijk eindigt elk weekend hetzelfde, rustplannen is gruzelementen en het idee: “Volgend weekend ga ik écht niks doen”. Diep van binnen weet ik echter dat “hij” weer een zware week tegemoet gaat en straks echt weer even de deur uit moet. Ping… “Was lachen hè?!”…

En eerlijk? Ik vind het nog gezellig ook.

Zondag rustdag

En dan… dan komt “hij” in beeld… Mijn vriend zonder ruggengraat. Dat is niet zijn werkelijke lichamelijke status, die is (redelijk) in orde, maar mentaal is hij zo gevouwen als een strandstoel. Eén appje van iemand anders – “biertje?” – en hij klapt er meteen op… “Ja”, “natuurlijk”, “ik kom er aan”. En hij sleept me altijd mee.

Altijd.

Het begint subtiel, alsof ik niet weet wat er komen gaat. “Weet jij of iemand vandaag wat gaat doen?”, gevolgd door “ik moet even de deur uit” en dan (letterlijk, de vorige week): “ich dalik aug ff sporten nag, kutsaai, mer mot get veur miene rugk doon”. Daar gaat weer een ruggengraat.

Deel deze pagina:

“Anders vraag jij even op de voetbalapp of mensen in de kroeg voetballen gaan kijken”. Voordat ik kan vragen of hij ook wat breuken in zijn vingers heeft, volgt een “ik kan dat moeilijk doen aangezien ik er nooit bij ben op zondag”. Ik ben sterk. Ik ben standvastig en ik ben… vijf minuten later, append of iemand voetballen gaat kijken, onderweg naar het terras omdat hij “toch al in de buurt is” en “het zonde is van dat mooie weer”. Hij heeft een talent: sociale aanpraterij. Hij kan iemand die net besloten heeft nooit meer buiten te komen, binnen tien minuten in een café krijgen met een speciaalbier van 9,6%. Zelf is deze man nog trager dan de NS op hun slechtste dag en komt hij structureel een half uurtje later dan afgesproken, maar dat terzijde. En dan moet het nog zondag worden.

"Zo af en toe speelt de gedachte op om ‘dit weekend eens even niets te doen’,"

Zo af en toe speelt de gedachte op om ‘dit weekend eens even niets te doen’, buiten dan een wedstrijdje spelen om zo toch wat lichaamsbeweging en prestatiedrang te hebben. ’s Avonds fijn op de bank, watertje erbij, een fit begin aan de volgende dag. Even sporten en verder helemaal niets doen.

Twee weken geleden sloeg onze vakidioot Frans de spijker om zijn kop in zijn column in Puik. Die rug, vrijwel iedereen krijgt eens last van zijn rug… Op donderdag kijk ik eens in mijn agenda om te zien of ik nog afspraken in het weekend zie staan. Voetbalwedstrijdje, padelwedstrijdje, feestje, etentje, NIETS, of staat het toch vol met huishoudelijke taken?

Door Bram Litjens
COLUMN