PUIK COLUMN

Jeroen de Mol

De twee kabouters

In de afgelopen periode heb ik een verhaal meegemaakt dat ik graag met jullie zou willen delen. Het begon op een zaterdagavond. Het was 9 mei. De dag waarop ik 31 jaren oud werd. Het was warm en zonnig. Ik dronk een biertje bij mijn pas gekregen vuurschaal toen er plots op de deur werd geklopt. Ik vroeg me af wie op dit tijdstip nog op bezoek zou willen komen, maar ik hielp mezelf overeind en liep naar de voordeur. Bij het openmaken van de deur rook ik een muffe geur, maar zag niemand staan. Vlak voor ik me omdraaide kreeg ik een enorme dreun tegen mijn enkels en begon vervolgens op een been te hinken. Ik keek naar beneden en voor mijn deur stonden 2 gele kabouters. Ik wreef door mijn ogen en duwde op mijn slaap om er zeker van te zijn dat het bier geen invloed had op mijn gedachtegoed.

Boris und Niko

‘’Halloo, Wir sind Boris und Niko.’’ Ik kan mijn ogen niet geloven en kneep nogmaals in mijn armen om uit deze weerzinwekkende droom te kunnen ontwaken. ‘’Hallo, AUFMACHEN!’’ hoorde ik de ene kabouter tegen de andere zeggen. Ik verschrok en zette mijn ene voet stevig tegen mijn andere voet. ‘’was eine arsloch’’ zei de ene kabouter tegen de andere en ze draaide de rug naar mij toe om vervolgens weg te wandelen. ‘’wacht’’ riep ik, ‘’Was kan ich fur iene doen?’’ Boris en Niko keken elkaar aan waarna zij omhoog keken en tegen mij zeiden: ‘’Hallo, wir sind Boris und Niko und komme aus das Brachterwald.’’ Ik gooide de deur verder open en maakte een handgebaar zodat de kabouters wisten dat ze mochten binnenkomen.

Woudreuzen

Beide heren stevelden met hun laarzen vol modder bij mij de kamer binnen. Niko plofte uitgeput op de bank en haalde uit zijn binnenzak een pakje Malboro. Hij inhaleerde flink en blies vervolgens dikke kringen van rook de kamer binnen. Boris liep in een drafje naar de keuken, sprong tot navelhoogte en trok de koelkast open. Hij greep een fles Hertog Jan en opende deze met een aansteker waarop een schaars geklede vrouw stond afgebeeld. ‘Was ist löss mein freunde?’ vroeg ik de kabouters. Niko haalde diep adem, moest even kuchen en begon toen met hun verhaal. Niko wist mij te vertellen dat hij en zijn familie sinds 1940 ondergedoken zaten aan de achterkant van een berkenboom. De helft van zijn familie is opgepakt en afgevoerd door woudreuzen. Woudreuzen zijn te herkennen aan hun lange zwarte jas. Ze hebben schijnbaar een hekel aan kabouters. Waarom precies is Niko en Boris niet bekend. Het zou te maken kunnen hebben met hun geloof in elfen en feeën.

"Ze scandeerde leuzen als:

Verkas, Verkas, Kabouters in het gras"

Protesteren

Enfin, er rolde dikke tranen over het gezicht van Boris. Ze hebben honderden jaren in vrede kunnen leven, maar plots was dit abrupt afgelopen. Tot nu. Boris en Niko zijn de eerste van de familie die hun heil ergens anders durven te zoeken en het bos zijn ontvlucht. Als eerste zijn ze een kilometer of 15 Noordelijk getrokken. Ze kwamen in een grote stad, maar bleken hier niet welkom. De stedelingen gingen de straat op om te protesteren. Ze scandeerde leuzen als: ‘’Verkas, Verkas, Kabouters in het gras’’ en riepen ‘’Ga terug naar jullie eigen bos.’’ Er was zelfs iemand die gedreigd had kabouters op hun hoofd te trappen als ze niet zouden weggaan. Boris en Niko hebben zich snel omgedraaid en zijn vervolgens bij mij op de oprit beland.

Paddenstoelen soep

Het verhaal van de twee kabouters ontroerde mij. Ik was aangeslagen en heb mijn hulp aangeboden. De kabouters zagen er hongerig uit en ik ben meteen de keuken in gedoken. Uit de groentelade pakte ik een aantal paddenstoelen en heb hier een heerlijke soep van bereid. ‘’dit moet de heren wel bekoren’’ dacht ik. Niets bleek minder waar. Niko schoot uit zijn slof, pakte de asbak van de tafel en gooide deze rakelings langs mijn hoofd. Boris begon te schelden in een taal die ik moeilijk kon verstaan. ‘’Doe Dreckskerl’’ hoorde ik hem zeggen. Het bleek dat ik heiligschennis had gepleegd door een paddenstoelen soep te bereiden. Ik probeerde de kabouters uit te leggen dat het niet mijn bedoeling was om ze te kwetsen, maar juist om ze te helpen. Vanaf dat moment zijn we met elkaar gaan praten en hadden we oor voor de ander. In de afgelopen periode zijn we elkaars culturen en gewoontes steeds beter gaan begrijpen. We lachen met elkaar en zijn geregeld te vinden in de kroeg. Niko en Boris beginnen zich als steeds meer thuis te voelen Oppe Ruiver. Ik hoop dat we nog veel leuke momenten mogen meemaken en wellicht durven ze ooit mijn paddenstoelensoep te proberen.

Klik hier om je gratis in te schrijven voor Puik | Deel deze pagina: