PUIK VERHAAL

Een weekje fietsen en wandelen in en om Reuver

Door Pieter Huijbers

Deel 1 van 3

Als geëmigreerde Ruiverse (en tegenwoordige Brabander) kom ik natuurlijk nog regelmatig oppe Ruiver. Veel familie woont er nog, en dagelijks spreek ik Ruivers met mijn vrouw (ook een Ruiverse). Maar de bezoeken aan Reuver blijven doorgaans beperkt tot het centrum en de hoofdstraten. Ook de regio van Reuver ken ik eigenlijk niet goed. Een reden dus om in een vakantie waarin Italië een onbereikbaar (in elk geval niet verstandig) doel is, een week te gaan wandelen en fietsen in en rond Reuver. Daar komt bij dat we onze Brabantse kleinzonen eens wilden laten zien waar wij nu eigenlijk vandaan komen. Reuver was volgens hun een plek in Limburg waar ze Duits praten.

Engels lager

In juli verblijven we - mijn vrouw en ik, en de kleinzonen Kuno (14) en Gide (12) - een weekje in een blokhut op camping Natuurplezier aan de grens. Vandaaruit is het eerste doel het voormalige Engels lager, een wandeling van enkele uren. Voor mij niet de eerste keer dat ik er kom, maar voor de jongens is het een ontdekking. Er is genoeg te zien: lange brede paden en wegen (vreemd in een natuurpark), hoge grote wallen in een rechthoek ('wat zijn dat voor wallen, opa?'), een stuk voormalig spooremplacement, nog een oude loods: opslag van munitie. Ja jongens, het was allemaal munitie, die over was van de oorlog. Vroeger op school drongen de hevige knallen waarmee het opruimen van die munitie gepaard ging door tot in onze klas. Nu is het een uitgestrekt park, waar herten en 'wilde vérkes' gedijen. De hoge wallen vormen een uitdaging voor de jongens: ze klimmen er op en hebben zo een mooi uitzicht. Zowaar krijgen we enkele malen een troepje herten te zien. Weliswaar op 60 meter afstand, maar toch. Erg schuw zijn ze niet, misschien zijn ze gewend aan de tamelijk vele wandelaars en fietsers. Hier hebben natuurlijk heel wat Reuvenaren al gefietst of gewandeld, al of niet onder begeleiding van deskundigen van de Heemkundevereniging. Het is er sowieso gezellig druk voor een natuurpark: elke vijf minuten zien we wel iemand wandelen of fietsen, en meestal niet alleen. Opvallende punten zijn: een uitkijktoren, met mooi uitzicht op de paden en de wallen, en een schoorsteen midden in het bos. Bij nader inzien blijkt die ook een uitkijktoren te zijn, gedateerd 1943. Maar je kunt er niet in.

Naar Beesel

We beginnen deze fietstocht op de van familie geleende fietsen langs de grens: over de Prinsendijk. Vroeger een fietstraject naar zwembad Swalmen, op oude fietsen, hier en daar door diepe 'mèlm' . Soms nog met iemand achterop die geen fiets had. De Prinsendijk is een prachtige fiets- en wandelweg geworden, auto's zijn niet toegestaan. Het is een onderdeel van het alom bekende Pieterpad. Er lopen dan ook heel wat mensen, en fietsers weten het ook te vinden. Mooie hoge bomen omzomen de weg, je hebt uitzicht over landerijen.

"Dat hebben de jongens wel vaker gezien, ze weten van het Beeselse draaksteken."

Hier en daar langs de weg een bunker. Ha, dat moesten de jongens even onderzoeken. Maar opa vindt dat ze dat maar even moeten uitstellen: we hebben nog een flink end te gaan. We komen bij Grietjes gericht. Hierover heb ik wel eens gelezen in het heemkundeblad Bieeingezeumerd. Maar nu wordt me pas duidelijk waar het precies is. Op dit punt staat een reconstructie van het rad waar misdadigers gehangen werden. Een bord met interessante informatie geeft duidelijkheid over arme Grietje. En ook over de reconstructie van drie grafheuvels uit de ijzertijd. Dit soort verhalen gaat er wel in bij de kleinzonen, die altijd hevig geïnteresseerd zijn in geschiedenis. Links gaat de weg verder naar Swalmen, maar wij nemen die rechtsaf, het Brook in, richting Bussering. We willen naar de campingboerderij Petrushoeve. Die blijkt gesloten voor bezoekers, zodat we afzien van de koffie die we in gedachten hadden. Ik kan me herinneren dat 't Brook nog onontgonnen land was, met hoog gras, mooie planten, bloemen en insecten. Destijds, zeg in 1954, wandelde het kindervakantiewerk daarheen (boterhammen en fles melk of chocolademelk in een tas). Toch werd 't Brook, getuige een herinneringsbord, al vanaf begin 20e eeuw gedraineerd en in cultuur gebracht, door Hollandse immigranten.

Verder naar Bussering, via de twee rotondes in de oude Rijksweg, over de autoweg A73. Op één van de rotondes staat een imposant drakenbeeld. Dat hebben de jongens wel vaker gezien, ze weten van het Beeselse draaksteken. We scoren toch nog een kopje koffie, bij familie van mijn vrouw naast camping Eyveldt. Dan gaat het richting Beesel. De jongens merken veel verwijzingen op naar de draak: vlaggetjes, gevelstenen, beeldjes. Op de markt (de drakebôch) ligt zelfs de staart van een draak, in keramiek. Een ideale plek voor een foto. Onze simpele lunch bestaat uit een broodje 'op de voes' van de bakker en een glas fris van restaurant Mert 5. Hé, alweer familie van mijn vrouw. We gaan het kasteel van Beesel bekijken. Kasteel Nieuwenbroek is helaas niet toegankelijk, want particulier bezit en bewoond. Maar de buitenkant is ook de moeite waard. Ik besluit mijn kleinzoons maar niet lastig te vallen met de kunsthistorische kenmerken ervan (met name de renaissance gevel). Beesel is niet alleen een drakendorp, maar ook een keramiekdorp. Bij de kerk zien we prachtige levensgrote keramieken van Piet Schoenmakers.

Volgende week deel 2.

Klik hier om je gratis in te schrijven voor Puik | Deel deze pagina: