PUIK COLUMN

Pieter Classen

Ieder huisje...

Een tijdje geleden kwam ik in gesprek met mijn schoonvader. Oppe Ruiver bij velen bekend als “meneer Maass van Hercules”. Op de tv waren demonstraties naar aanleiding van de dood van George Floyd en kregen we het over discriminatie naar aanleiding van je huidskleur.

Jappenkamp

Mijn schoonvader is geboren op 8 april 1942. Op dat moment was zijn familie gevangengenomen en in een jappenkamp geplaatst. Dit alles omdat ze de Nederlandse nationaliteit hadden en zijn vader dienstdeed bij de burgerwacht van de Nederlandse regering. Het kamp was ondergebracht in een huis op het emplacement van de suikerfabriek Redjosari, ongeveer 17 km ten zuidwesten van Madioen, in Oost-Java. De ontberingen in het kamp waren verschrikkelijk. Mensen werden zomaar geschopt en geslagen en moesten bedelen om voedsel. Na zijn geboorte bleek mijn schoonvader het enige jongetje in het jappenkamp te zijn dat daar geboren was. De Japanners vonden dat zo speciaal dat ze een tijdje voor hem hebben gezorgd en zijn moeder heeft moeten smeken om hem terug te krijgen, wat uiteindelijk gelukt is.

Soekarno

De Japanse bezetting eindigde met de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945. Twee dagen later riep Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid uit. De bevrijding van de geïnterneerden in de jappenkampen verliep traag. Soekarno, die veel Japanse contacten had, overtuigde zijn landgenoten ervan dat deze gevangenen nog steeds een gevaar vormden voor de Indonesische vrijheidsbeweging. Om de voornamelijk Nederlandse staatsburgers nog verder te vernederen dwong Soekarno de gevangenen in Japanse concentratiekampen, die nog steeds geleid werden door Japanse soldaten, te blijven. De omstandigheden in de kampen werden intussen iets beter doordat het Rode Kruis materiaal beschikbaar stelde en de geallieerden de wreedste bewakers naar huis hadden gestuurd. Na vier maanden werden de geïnterneerden vrijgelaten op voorwaarde dat ze Indonesië zouden verlaten.

Rondtrekken over Java

Tijdens de revolutie die volgde vluchtte de moeder met twee kinderen van plaats naar plaats totdat ze uiteindelijk in Jakarta terecht kwamen. Daar voegde zich na een tijdje de halfbroer bij het gezin. In Jakarta kregen ze te horen dat vader op 18 juli 1945, tijdens een gevecht, is vermoord. Moeder bleef alleen achter met 5 kinderen: drie uit haar eerste huwelijk en twee uit haar tweede. De jaren die volgden stonden steeds in het teken van het rondtrekken over het eiland Java. Op de achtergrond de gevechten van de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Alle personen met de Nederlandse nationaliteit kregen te horen dat ze Indonesië moesten verlaten. Zo vertrok mijn schoonvader met zijn moeder en 2 jaar oudere zus in 1955 met het emigratieschip “Johan van Oldenbarnevelt” naar Nederland. Na een reis van zes weken op zee kwamen ze aan in de haven van Rotterdam. Daarna ging de reis door naar Valkenburg, waar ze in een contactpension (opvang gerepatrieerden) terecht kwamen: Hotel Walram Germania. Zij werden INDO’s genoemd: Indische Nederlanders. Zij maakten daar zelf van: In Nederland Door Omstandigheden.

"De mensen bleven vaak voor hun huis staan en onbeschaamd naar binnen kijkend vroegen ze zich hardop af: “Hoe leven die pinda’s eigenlijk?”

Secretaris Moonenlaan

Op 24 maart 1958 ging mijn schoonvader eerder als zijn moeder naar Reuver verhuizen. Op dat moment was hij 16 jaar en moest van zijn moeder het huis in Reuver, waar zij kwamen te wonen, in orde maken en de inrichting verzorgen. Hij verbleef in die tussentijd bij de familie Vossen op de Karel Doormanlaan tot half april. Toen kwam zijn moeder en zus en konden zij officieel intrekken in het huis op de Secretaris Moonenlaan. Naar school ging hij op dat moment niet, daar was geen plaats voor hem. Hier in Reuver werd in het begin vaak geroepen: “Hé zwartje, wat komen jullie hier doen? Ga terug naar jullie eigen land.” Zij waren de eerste buitenlanders wonend aan de Secretaris Moonenlaan. Een ander voorbeeld van een bezoek aan een winkel in Reuver. De eigenaar vroeg: “Waar hebben jullie zwartjes eigenlijk Nederlands geleerd, want jullie praten goed Nederlands?” Als hij het hier met zijn moeder over had zei die steeds: “Jatuh, bangun dan sembahyang untuk kekuatan diri” (val, sta op en bid om zelfkracht).

Discriminatie

Tijdens het verblijf in Valkenburg heeft mijn schoonvader zijn vrouw leren kennen. Na hun huwelijk (1963) trok zij in bij het gezin aan de Secretaris Moonenlaan, waar ook de man van zijn zus al was ingetrokken. De mensen bleven vaak voor hun huis staan en onbeschaamd naar binnen kijkend vroegen ze zich hardop af: “Hoe leven die pinda’s eigenlijk?”. Met mijn vrouw Ginny en haar zussen heb ik het ook gehad of zij in hun jeugd met discriminatie in aanraking zijn gekomen. Ze gaven aan dat vooral de periode van de kapingen door Zuid-Molukkers veel impact op hen heeft gehad. Op school werden de zussen voor Zuid-Molukkers uitgemaakt en wisten hier alleen op te reageren door erop los te slaan. De zusjes zijn hier in Reuver geboren en wisten op dat moment niets over Zuid-Molukkers en hun idealen voor een eigen staat.

In September 2018 hebben we mijn schoonouders verhuisd naar een appartement in “Het Vaticaan”. Na ruim 60 jaar gewoond te hebben in hun huisje op de Secretaris Moonenlaan. En ook voor dit gezin geldt: ieder huisje... heeft z’n kruisje.

Klik hier om je gratis in te schrijven voor Puik | Deel deze pagina: