PUIK COLUMN

Peter Winkels

EEN NIEUW JAAR

Het afgelopen jaar zal ik niet snel vergeten. Even goed moet het vlug slijten uit mijn geheugen. Nooit geweten dat je zo’n hoop ellende binnen zo’n betrekkelijk korte tijd kunt meemaken. Dominant was de ziekte kanker. Los van alle medisch gedoe, ongelofelijk wat je dan voor een woordenvloed over je heen krijgt, her en der.

Ofschoon mijn ziekte (en andere misère) 2018 sterk bepaalden, laat ik dat verder maar voor wat het is en wil ik het vooral hebben over die talige ongemakken waar ik zoal op stuitte (hoe goed en troostend bedoeld ook). ”Het is niet niks”… ja, als ik één ding nu zeker weet! “Ze hebben je er goed tussen gehad”; wie, wat en waar, vraag ik me dan af. “Je zit wel in de molen”; die ken ik zo langzamerhand ook wel. Is dat dan De Grauwe Beer, bij Ronckenstein of op de kermis? Om op die laatste locatie maar te zwijgen van de ‘Rollercoaster’ waar onze emoties doorheen zouden gaan. Zit ik met mijn gevoelens niet gewoon in de achtbaan?

Dat is ook zo’n ‘item’: al die woorden die we te pas en te onpas van de overkant van de grote wateren halen. Alsof er werkelijk geen Nederlandse uitdrukkingen meer zijn waar we iets mee kunnen zeggen. Laten we dat eens even tackelen, of beter: finetunen hoe het aan te vliegen en dan te laten landen om uit de comfortzone te komen. Hoe gaan we dat ‘hendelen’ (handlen officieel).

“We zijn toch al een volkje geworden dat van iedere pepernoot een olifantendrol maakt. ”

Ik ben de eerste om toe te geven dat ik mezelf ook wel eens een woord hoor gebruiken, waarvan ik denk: “Nou Peter, kun je dat nou niet eenvoudiger zeggen…”. Als vakidioot ga ik dan direct uitleggen dat ons woordgebruik al eeuwen beïnvloed wordt door andere talen: vanaf het begin van onze jaartelling was het Latijn en eeuwen later het Frans voertaal van met name de hogere kringen. In de negentiende eeuw werden door heel veel mensen woorden uit het Duits overgenomen en daarna met name Engelse. Dat laatste lijkt meer en meer te worden.

Natuurlijk, taal mag geen museum worden, er moet altijd ruimte zijn voor vernieuwing en verandering. Maar hoe ver mag je daarin gaan? Misschien nog belangrijker: wie gaat bepalen wat wel en wat niet? We zijn toch al een volkje geworden dat van iedere pepernoot een olifantendrol maakt. Daar kunnen we dan lekker hard over schreeuwen via allerlei media.

Laten we afspreken dat we dit jaar gewoon praten op een manier die het dichtst bij ons zelf ligt. Vanuit je hart. Dat spreekt!

Klik hier om je gratis in te schrijven voor Puik | Deel deze pagina: